België - Thailand: een dubbelportret van werknemers

Werknemers in Noord en Zuid zijn geen concurrenten. Vaak voeren zij een gelijkaardige strijd. Sylvie Arechaga Sanchez uit België en Paitoon Seeta uit Thailand, twee vakbondsafgevaardigden, getuigen.
Dit artikel maakt deel uit van Globo°30: werknemers zijn geen gereedschap, daar blijven we op hameren!
Sylvie Arechaga Sanchez, België
Sylvie, weduwe en moeder van twee kinderen, werkt al 10 jaar in de Carrefour supermarkt van Drogenbos. Ze behoort tot de duizenden vrouwen die slechts een deeltijdse job aangeboden krijgen. Haar loon wil de directie zo snel mogelijk verlagen.
Sylvie is verantwoordelijk voor het vullen van de rekken in de afdeling ‘huishouden en feestartikelen’. Ze startte bij Carrefour in 1999. “Ik ben begonnen in de visafdeling met een contract van 18 uur per week. Daarvoor kreeg ik 8 euro bruto per uur”, herinnert ze zich. “Na een korte tijd achter de kassa heb ik mij bij de ploeg van rekkenvullers gevoegd. Vandaag verdien ik 11 euro bruto per uur. Een loonsverhoging van 3 euro in tien jaar tijd dus.”
Zoals bijna alle collega’s heeft Sylvie slechts een deeltijds contract gekregen. “Een 24 urenweek is al heel wat in vergelijking met anderen die maar 18 uur mogen werken”, verduidelijkt ze. “Maar met mijn loon is het onmogelijk om een degelijk appartement te vinden voor mij en mijn kinderen. Zelfs als ik overuren doe. Het goedkoopste dat ik kon vinden, kostte 700 euro, zonder kosten. Ik heb dus weinig keuze: ik woon bij mijn vader in Lot op een halfuurtje met de bus van hier. Mijn vader wil graag in Spanje gaan wonen, maar wie past er dan op mijn kinderen? Ik vertrek om 6u20 en het gebeurt dat ik pas om 22 uur thuiskom, wanneer ik de inventaris moet opmaken. Zonder mijn vader lukt het me niet.
Afgeprijsde werknemers
Als vakbondsafgevaardigde is Sylvie goed geplaatst om te zien hoeveel druk er uitgeoefend wordt op het personeel: systematische bezoeken van de bedrijfsarts in geval van ziekte, tijdsopmeting bij het lossen van paletten, een reden opgeven om verlof te nemen op zaterdag, morele druk om deel te nemen aan de opmaak van de inventaris,… Vooral wat betreft de lonen is het offensief echter ongelooflijk. Het grote herstructureringsplan dat de Carrefourdirectie op 23 februari voorstelde en de verregaande voorwaarden tot overname van de groep Mestdagh zijn de gedroomde opportuniteit om rake klappen uit te delen.
“Wij hebben jarenlang strijd geleverd voor een minimum aan verworvenheden. Maar vandaag worden we geconfronteerd met chantage”, zegt Sylvie. “Om zogezegd het werk te kunnen behouden willen Carrefour en Mestdagh alle werknemers van de supermarkten onder het paritair comité 202 laten vallen. De lonen, premies en verlofdagen zijn dan inferieur aan de huidige. Iedereen weet dat de financiële problemen van Carrfour te wijten zijn aan het desastreuze commerciële beleid dat al 10 jaar gevoerd wordt. De personeelskost heeft daar niets mee te maken. Maar in naam van de ‘solidariteit’ vragen de managers ons opofferingen te doen! Het is ongelooflijk.”
Sylvie en haar 250 collega’s willen, in een bedrijf dat nog grotendeels winstgevend is, niet in de rekken van de afgeprijsde artikelen terecht komen. Zij blijven strijden. “De mobilisatie zal niet verzwakken”, concludeert ze. “Een algemene staking in de sector van de groothandel is niet uitgesloten. Het is ons laatste wapen… “
Paitoon Seeta, Thailand
Paitoon werkt al 20 jaar bij Hitachi. Daar maakt hij wasmachines die bestemd zijn voor Europa en Japan. Als vakbondsleider hekelt hij de krachtige anti-vakbondspolitiek en de druk die wordt uitgeoefend op de al heel magere lonen.
Paitoon komt uit het noorden van Thailand. Na zijn middelbare studies besloot hij naar Bangkok te trekken. Hij wilde in een fabriek gaan werken om zijn familie op het platteland te ondersteunen. “Ik heb vrij snel werk gevonden bij Hitachi. Ik werd als interim aangenomen voor een jaar ”, verklaart hij. “Toen verdiende ik slechts 55 bahts per dag (1,30 euro). Om rond te kunnen komen, was ik dus genoodzaakt zoveel mogelijk overuren te presteren.”
In het begin dacht Paitoon niet dat hij uitgebuit werd. Maar na een gesprek met arbeiders van andere fabrieken, waar de werknemers een vakbond hadden opgericht, wist hij dat er een probleem was. “De baas zei voortdurend dat het bedrijf minder winst maakte en dat we een extra inspanning moesten leveren, maar ik geloofde het niet. Tijdens mijn verlof heb ik een cursus human resources gevolgd. Daar zag ik dat de lonen geen probleem waren. Daarna probeerde ik, beetje bij beetje, een vakbond op te richten. Maar de directie kon daar niet om lachen. Om zich te wreken hebben ze mij het recht op overuren ontnomen, terwijl die overuren heel belangrijk zijn voor mij.”
Overtuigd van zijn strijd trof hij met mensen uit zijn omgeving een financiële en materiële regeling. “En 14 maanden later moest de directie de sanctie laten vallen. Ik plooide niet! We zijn erin geslaagd betere lonen te verkrijgen. Toen besliste de directie echter dat ze de fabriek naar een industriële zone op 160 km van Bangkok zou verhuizen. Daar moeten ze geen taksen betalen. Ik besloot de fabriek te volgen en daarop ontwikkelden de managers een andere tactiek: ze bieden promoties en voordelen aan de vakbondsleiders zodat ze hun eisen opgeven. Het is een geraffineerder en efficiënter beleid. Sommigen hebben het voorstel aanvaard, maar gelukkig niet iedereen.”
Dankzij de acties van Paitoon hebben de andere werknemers een maandelijkse bonus bovenop hun loon gekregen. De nieuwe werknemers krijgen nog het minimumloon, maar ze genieten wel dezelfde extralegale voordelen als de oudere werknemers.
“We zijn erop vooruitgegaan maar we krijgen nog altijd geen eerlijk loon”, betreurt Paitoon. “De arbeiders hier zijn gekwalificeerd en productief. Normaal gezien zouden wij 20.000 bahts (472 euro) per maand moeten krijgen. Het gemiddelde loon bedraagt hier slechts 10.000 bahts (236 euro). Ik heb een vrouw en twee kinderen, het is zeer moeilijk om te sparen met zo’n loon. Om echt dingen te kunnen veranderen, hebben we een maximale steun van de basis nodig. Vandaag is 60% van de werknemers van Hitachi aangesloten bij de vakbond. Als we die basis nog vergroten, kunnen we meer gewicht in de schaal werpen.
Frédéric Janssens


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
