De Muur: “Het is niet te laat voor een koerswijziging”

Allegra Pacheco is hoofd van de advocacy-eenheid van het Office for the Coordination of Humanitarian Affairs in de bezette Palestijnse Gebieden (OCHA-oPT). Ze licht de bewegingsrestricties toe die aan de Palestijnen opgelegd worden en ze drukt de hoop uit dat het internationaal recht op een meer consistente manier toegepast wordt.
Kunt u het systeem van inperkingen op de bewegingsvrijheid beschrijven waaraan de Palestijnen onderworpen zijn?
De Palestijnen krijgen te maken met verschillende soorten restricties die de toegang tot de ruimte beperken en niet enkel tot het wegennetwerk. Het systeem omvat meer dan 600 obstakels op de weg zoals checkpoints en hopen aarde en puin (‘earth mounds’). Ook de Barrière valt hieronder: als de bouw verder gaat zoals nu gepland, zal ze 726 km lang zijn, bijna dubbel zo lang als de Groene Lijn. 86% bevindt zich binnenin de Westelijke Jordaanoever zelf en niet op de demarcatielijn van juni 1967 tussen Israël en het bezette Palestijnse Gebied. Daardoor scheidt de Barrière Palestijnen van elkaar en van hun gronden.
Deze fysieke obstakels komen samen met administratieve obstakels. Zo is meer dan 20% van de Westelijke Jordaanoever door de Israëlische autoriteiten tot “gesloten militaire zone” uitgeroepen. Palestijnen die op hun land in die gebieden willen bouwen, hebben er geen toegang toe en worden geconfronteerd met de afbraak van huizen. Bovendien is 9% van de Westelijke Jordaanoever geklasseerd als ‘natuurreservaat’. Dat klinkt misschien mooi, maar wanneer je een blik op de landkaart werpt, zie je dat die gebieden in het algemeen vlak naast de militaire zones vallen, of in sommige gevallen zelfs in de militaire zones. Zo zijn het eigenlijk uitbreidingen van de zones waartoe de Palestijnen niet langer toegang hebben. Voor Palestijnen zonder vergunning is de toegang tot ongeveer 3% van de grond, waar de nederzettingen gelokaliseerd zijn, ook verboden.
Israël bouwt nu verschillende tunnels, renoveert checkpoints en herstelt wegen. Met welk doel gebeurt dit?
Israël heeft al 39 alternatieve wegen en 30 doorgangen onder de primaire wegen aangelegd in de Westelijke Jordaanoever. Het doel is om een afzonderlijk en secundair wegennetwerk voor Palestijnen aan te leggen en het oorspronkelijke netwerk voor de Israëlische kolonisten voor te behouden. Voor Israël dient dit parallelle wegennetwerk als een soort van ‘compensatie’ voor bepaalde problemen die door de Barrière, de checkpoints en de nederzettingen veroorzaakt worden. Een honderdtal kilometer van het primaire wegennetwerk van de Westelijke Jordaanoever is nu al geheel of gedeeltelijk ontoegankelijk voor de Palestijnen in bepaalde secties, waar ze afgesloten zijn door obstakels, muren of lange hekken. Israël heeft verschillende grote checkpoints midden in de Westelijke Jordaanoever gerenoveerd en uitgebreid om de Palestijnse passage hierlangs te vergemakkelijken – maar die grote investeringen in het uitbreiden van checkpoints doet ons vrezen dat die checkpoints permanent worden.
Op dit moment zijn de Israëli’s veel geld aan het investeren om dit systeem te versterken. Bovendien gebeurt dit alles in een bezet gebied waar, onder internationaal humanitair recht, veranderingen aan het terrein door de bezettende macht de lokale bevolking zouden moeten dienen. In dit geval zijn de grote veranderingen aan de infrastructuur ontwikkeld om tegemoet te komen aan de noden van de Israëlische kolonisten: vlot verkeer en veiligheid.
Wat met het systeem van vergunningen en het feit dat het aantal toegekende vergunningen steeds verder afneemt?
Eén van onze studies, die we vorig jaar in tientallen dorpen in het noorden van de Westelijke Jordaanoever uitvoerden, toonde aan dat 80% van de Palestijnen die vroeger naar land aan de andere kant van de Barrière gingen, geen vergunning gekregen hebben van de Israëlische autoriteiten. De 20% anderen die wel een vergunning kregen, zijn vaak ouderen die niet meer over de fysieke kracht beschikken om de velden te bewerken, terwijl hun kinderen en kleinkinderen geen vergunningen krijgen. We hebben zelfs het geval gehad van een vergunning toegekend aan een Palestijn die al 20 jaar in Australië woont.
Hetzelfde probleem is er voor de toegang tot water en het onderhoud van de waterputten. Door de Barrière zijn de meeste waterbronnen voor de landbouw afgesneden van het land dat ze van water voorzien, zoals bv. in Jayyous. Tienduizenden, misschien zelfs honderdduizenden Palestijnen ondervinden dus de gevolgen van de bouw van deze Barrière, direct, zoals op plaatsen dicht bij de Barrière, of indirect door de fysieke of administratieve obstakels die ermee samenhangen, zoals bv. voor verplaatsingen naar Jeruzalem.
Kunnen de Palestijnen nog hopen dat het internationaal recht een einde zal stellen aan de bouw van de Barrière, of er zelfs voor zal zorgen dat ze ontmanteld wordt?
Voor de Verenigde Naties en het Internationaal Gerechtshof van Den Haag is het onderliggende probleem het tracé van de Barrière, en niet de bouw ervan zelf, die voor Israël essentieel is ter bescherming van zijn bevolking. Internationaal geldt de opinie dat als Israël een muur wil, die op de Groene Lijn gebouwd moet worden en niet binnen bezet Palestijns Gebied.
Het is niet te laat voor een koerswijziging: de Barrière is niet af. De bouw is de laatste drie jaar trouwens vertraagd, blijkbaar door een gebrek aan fondsen, volgens de Israëlische media. We hebben vandaag dus een Barrière die half afgewerkt is én een juridisch advies van het Internationaal Gerechtshof dat Israël oproept tot het stopzetten van de bouw van de Barrière in bezet Palestijns Gebied en tot de ontmanteling van het deel dat al gebouwd is. Dit advies werd krachtig bevestigd door de Algemene Vergadering, inclusief de Europese Unie, die als een blok stemde om het advies te bevestigen. Er is dus nog ruimte om te blijven pleiten voor de toepassing van het advies van het Internationaal Gerechtshof.
Artikel uit het rapport van Oxfam International "Vijf jaar illegaliteit: tijd om de Muur te ontmantelen".


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
