Wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling

29 september 2009

De macht van de grootste 20

Op 24 en 25 september vergaderden de staats- en regeringsleiders van de G20 in Pittsburgh (VS) over de hervorming van de wereldeconomie om een nieuwe crisis onmogelijk te maken. Voor arme landen, die moeten afrekenen met de economische crisis, de klimaatverandering én honger, kwam er weinig uit de bus. G20, business as usual.

De G20 is samengesteld uit de 19 grootste economieën en de Europese Unie. Landen zoals Duitsland en de USA zetelen er naast onder andere Brazilië en Zuid-Afrika. Sinds 1999 kwamen de G20 ministers van financiën en gouverneurs van de centrale banken jaarlijks bijeen om de belangrijkste kwesties in de wereldeconomie te bespreken. Toen de financiële en economische crisis vorig jaar uitbrak, kwam de G20 voor de eerste keer samen in Washington in november 2008. Een tweede ontmoeting volgde in Londen in april 2009, waarna vorige week de top in Pittsburgh plaatsvond.

Economische crisis leidt tot bestendiging van de G20

Tijdens de afgelopen top riep de G20 zichzelf uit tot hét forum voor economische samenwerking. Wat dus ontstond als een bijeenkomst om de crisis tegen te gaan, wordt nu bestendigd. Nu al werd bepaald dat de volgende vergadering in de zomer van 2010 in Canada zal plaatsvinden en vervolgens in de herfst in Zuid-Korea. Vanaf 2011 zal er een jaarlijkse samenkomst zijn, te beginnen in Frankrijk. Hoewel de G20 meer legitimiteit heeft dan de G8, is er nog steeds geen plaats voorzien voor de armste landen. Afrika is er nauwelijks aanwezig, enkel voor Zuid-Afrika is een stoeltje voorzien. Het is te betreuren dat de wereldeconomie niet binnen het kader van de Verenigde Naties besproken wordt, waar elk land wel vertegenwoordigd is.

Een teleurstelling voor arme landen

De top in Pittsburgh werd een teleurstelling voor arme landen. Terwijl zij het zwaarst getroffen worden door de gevolgen van de financiële en economische crisis, de klimaatcrisis en de voedselcrisis, kwam er geen afdoend antwoord voor hun problemen.

Wat betreft de financiële en economische crisis, werden geen extra fondsen beloofd voor ontwikkelingslanden, terwijl zij net het grootste slachtoffer zijn.
- Oxfam stelde vorige maand drie manieren van alternatieve financiering voor (Oxfam-analyse “Money for Nothing”), maar enkel de Tobintaks begint ingang te vinden. In de slotverklaring draagt de G20 het IMF op om tegen de volgende bijeenkomst een haalbaarheidsstudie hieromtrent te maken.
- De voorgestelde overdracht van Speciale Trekkingsrechten (SDR’s) van rijke landen naar arme landen komt er niet. Een aantal landen zal wel op vrijwillige basis zijn SDR’s recycleren via het IMF. Deze kunnen dan weer onder voorwaarden uitgeleend worden aan arme landen.
- Rond de aanpak van belastingparadijzen is er geen vooruitgang. Het huidige OESO-model wordt behouden, waardoor een land van de grijze lijst geschrapt kan worden door twaalf akkoorden aan te gaan met andere landen, inclusief belastingparadijzen. De geloofwaardigheid was geheel zoek toen Monaco en Zwitserland net vóór de Top nog op de witte lijst belandden. Nochtans hadden de G20 ministers van financiën begin september een voorstel ingediend om over te stappen op een multilateraal systeem. Jaarlijks lopen ontwikkelingslanden 160 miljard dollar aan overheidsinkomsten mis door belastingparadijzen.

Ook voor de klimaatverandering en voor de voedselcrisis werden geen concrete beloftes gedaan voor extra fondsen. Om tot een akkoord te komen tijdens de Klimaattop in Kopenhagen, moeten de rijke landen nochtans met extra geld over de brug komen. Ze moeten tonen dat ze de klimaatverandering ernstig nemen. De leiders drukten wel hun vastberadenheid uit om de honger in de wereld uit te bannen, maar er werd niet concreet besloten hoe dit moet gebeuren.

Hervorming van het Internationaal Monetair Fonds

De G20 erkende dat het IMF moet hervormd worden en dat is aldus Oxfam een stap in de goede richting. Maar de ngo betreurt dat de voorgestelde hervormingen niet ver genoeg gaan. Arme landen vallen opnieuw uit de boot.

De quotaberekening binnen het IMF gebeurt op basis van het BNP van elk land. Het BNP van een aantal middeninkomenslanden zoals China, Zuid-Korea en Turkije is de laatste jaren sterk toegenomen, waardoor zij ondervertegenwoordigd zijn en andere landen zijn oververtegenwoordigd (waaronder België, Frankrijk en Venezuela).

De voorgestelde hervorming trekt dit recht en vormt dus eigenlijk gewoon een aanpassing aan de huidige realiteit. Aan de manier van quotaberekening wordt niet geraakt. Bovendien zullen zowel ontwikkelde landen als ontwikkelingslanden quota moeten afstaan. Het IMF blijft dus de club van rijke landen.

Katrien Vervoort, beleidsmedewerkster Sociale basisdiensten bij Oxfam-Solidariteit