De vervolging van boeren in Noord en Zuid blijft verder gaan.

Ondanks de voedselcrisis blijven rijke landen zich schuldig maken aan het veroorzaken van hongersnood in het Zuiden. Twee nieuwe berichten over landbouw zorgden onlangs nog voor weinig rooskleurige toekomstperspectieven...
In de Britse krant The Financial Times van 18 november 2008 stond te lezen dat het Zuid-Koreaanse Daewoo een akkoord heeft gesloten met de staat Madagaskar. Het akkoord vermeldt dat Daewoo gedurende 99 jaar een gebied van 1.3 miljoen hectare vruchtbaar land op het eiland in concessie krijgt. Die oppervlakte stemt overeen met de helft van de voor landbouw geschikte grond.
Een nieuw neokoloniaal pact
Daewoo heeft niet als bedoeling dit landbouwareaal te gebruiken voor de productie van voedsel voor de eilandbewoners. Het bedrijf bestemt deze gronden voor mas en palmolie, alleen bestemd voor de Koreaanse consumptie. Om niet langer afhankelijk te zijn van een onvoorspelbare internationale markt wil Korea op deze manier zijn eigen achtertuin uitbreiden, ten nadele van de lokale landbouwers in Madagaskar.
En dit soort akkoord is geen alleenstaand geval. In de Franse krant Le Monde van 29 september 2008 konden we lezen dat: "de verkoop en het verhuren van landbouwgrond momenteel zeer sterk in de lift zit als gevolg van de wereldwijde voedselcrisis en van de prijsschommelingen. Dit gebeurt vooral in de Golfstaten die sterk afhankelijk zijn van voedselimport en op deze manier hun bevoorrading veilig willen stellen bij ontwikkelingslanden als Indonesi, Pakistan, Ethiopi en Soedan.”
Dezelfde logica zet producenten van biobrandstoffen -voornamelijk uit Europa- ertoe aan om Afrikaanse grond in te nemen. Volgens Le Monde is de vraag zo groot dat de FAO aan de alarmbel trekt.
Jacques Diouf, directeur-generaal van de FAO, spreekt zelfs van "een nieuw neokoloniaal pact voor de levering van grondstoffen, zonder dat er een toegevoegde waarde is voor de producerende landen”. Het verdrijven van kleine producenten en de speculatie op grond vormen een ernstige bedreiging voor de familiale landbouw in ontwikkelingslanden.
Op hol geslagen liberalisering
Het bericht van 20 november 2008, afkomstig van de EU- Landbouwraad was al evenmin geruststellend. In dit bericht werden de nieuwe maatregelen belicht rond de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
“De nieuwe maatregelen moeten de grote hervorming van het GLB van 2003 versterken door de prijzen en opbrengsten van landbouwproducten verder te laten afhangen van de wet van vraag en aanbod op de markt. De ministers zijn overeengekomen om de melkquota de volgende jaren geleidelijk aan op te heffen. De quota die in 1984 ingesteld werden om de productie te beperken, moeten tegen 2015 helemaal verdwijnen.”
Net nu de roep om regulering van de voedsel- en melkmarkten het sterkste is, kiest de Europese Unie er dus voor om de markt vrij te maken. De extreme volatiliteit van de voedselprijzen is een gevolg van een slecht functionerende landbouwmarkt.
Terwijl talloze Europese producenten zich vandaag verplicht zien hun melk onder de productieprijs te verkopen, zal de verhoging van de productiequota de Europese overschotten nog doen toenemen en de prijs verder doen dalen!
Alleen grote bedrijven zullen zich nog kunnen ontwikkelen, ten nadele van de duurzame en familiale landbouw in Europa. Melkproducenten in ontwikkelingslanden zullen geconfronteerd worden met een toenemende Europese export. Die export bedroeg in 2005 al meer dan 10% van de productie op het Oude Continent.
Familiale landbouw is de oplossing
Deze berichten zijn zeer onrustwekkend. Om het hoofd te kunnen bieden aan de voedselcrisis, de milieucrisis en de klimaatcrisis, moeten het landbouwbeleid en het investeringsbeleid het fundamentele belang van de familiale landbouw erkennen.
Als de familiale landbouw niet beter beschermd wordt, zullen de rampen waar we de laatste jaren mee af te rekenen kregen, zich alleen sneller en sneller gaan voordoen. De familiale landbouw wordt, geheel ten onrechte, als overbodig beschouwd omdat ze niet competitief genoeg zou zijn. Nochtans vormt dit landbouwmodel de kern van een duurzame oplossing voor deze wereldwijde crisissen.
Thierry Kesteloot
Onderzoeker, specialist landbouwvraagstukken bij Oxfam-Solidariteit


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
