G20 kan op drie manieren geld voor ontwikkeling vinden.

Dit weekend komen de ministers van Financiën van de G20 bijeen in Londen. Hun opdracht: een antwoord bieden op de financieel-economische crisis. Oxfam stelt drie maatregelen voor waardoor de G20 tot 280 miljard dollar kan genereren voor arme landen.
De G20 is samengesteld uit de grootste rijke landen en de belangrijkste ontwikkelingslanden zoals China, Brazilië en Zuid-Afrika. Zij vertegenwoordigen ongeveer 90% van het BNP van de wereld, 80% van de wereldhandel en twee derde van de wereldbevolking. De ministers van Financieën bereiden de derde G20-Top van 24 en 25 september in Pittsburgh (USA) voor. Na de vorige G20-ontmoetingen in Washington (2008) en Londen (april 2009) zullen de regeringsleiders nu een stand van zaken opmaken en bijkomende maatregelen bespreken om aan de financiële en economische crisis het hoofd te bieden.
De crisis woedt voort
De rijke landen zien langzaam licht aan het einde van de tunnel maar in de armste landen woedt de economische crisis hevig verder. De arme landen worden het zwaarst getroffen door een crisis die vooral veroorzaakt werd door het tomeloze winstbejag van de rijke landen.
“Dit jaar alleen zullen 50 tot 100 miljoen extra mensen in de armoede belanden als gevolg van de wereldwijde crisis”, zegt Katrien Vervoort van Oxfam. “Zij zullen moeten overleven met minder dan 1 euro per dag. Dit betekent dat miljoenen families verplicht worden de onmogelijke keuze te maken tussen het kopen van levensreddende medicijnen, hun dochters naar school laten gaan of voldoende voedsel vinden voor de volgende week. Nu al is het aantal mensen dat aan chronische honger lijdt, toegenomen met 11% waardoor niet minder dan één miljard mensen op aarde honger heeft.”
Overheidsbudgetten onder druk, toch meer geld nodig
In een aantal landen waaronder België wordt momenteel beslist op welke begrotingsposten bespaard zal worden. “Oxfam roept de rijke landen op niet te snoeien in het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Hun overheden hebben de belofte gedaan om tegen 2015 0,7% van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. België beloofde dit al tegen 2010 te doen. Met de huidige crisis, die ontwikkelingslanden dubbel treft, is het meer dan ooit belangrijk dat rijke landen zich aan hun belofte houden”, aldus Vervoort.
0,7% van het BNP is nu zelfs niet meer voldoende. Gezien de economische crisis hebben de ontwikkelingslanden dringend extra fondsen nodig en dat beseft de G20 maar al te goed. Tijdens de Top in Londen dit voorjaar beslisten de leiders om 240 miljard dollar extra vrij te maken. Hiervan zou 50 miljard dollar bestemd zijn voor de minst ontwikkelde landen (MOL). Dit was een eerste positieve stap, maar het zal niet voldoende zijn.
De Wereldbank schat dat de ontwikkelingslanden enkel al in 2009 tot 635 miljard dollar nodig zullen hebben om op hun huidige niveau van ontwikkeling te blijven. “Bovenop de economische crisis worden de arme landen ook nog getroffen door de voedselcrisis en de klimaatcrisis waardoor het uiterst moeilijk wordt om vooruitgang te boeken in het realiseren van de millenniumdoelstellingen. Oxfam dringt erop aan dat de G20-leiders later deze maand in Pittsburgh een tweede reeks maatregelen neemt”, stelt Vervoort.
Drie goedkope maatregelen die geld voor ontwikkelingslanden vrijmaken
Oxfam heeft drie soorten maatregelen uitgewerkt waardoor de G20 tot 280 miljard dollar aan nieuwe fondsen kan creëren voor ontwikkelingslanden, zonder dat dit al te veel zal kosten aan hun Staatskas.
1. een belasting van minstens 0,005% heffen op internationale valutatransacties (de Tobintaks).
De wisselmarkt van internationale valuta is de grootste markt ter wereld en biedt door het hoge aantal transacties veel mogelijkheden om belastingopbrengsten te genereren. Als er 0,005% zou geheven worden op de vier grootste internationale reservemunten (de US Dollar, de Yen, de Euro en het Britse Pond) zou dat minstens 33 miljard dollar kunnen opbrengen. Dit geld kan dienen als extra financiering voor ontwikkelingslanden.
Uiteraard stijgt dit bedrag als meerdere munten in het systeem opgenomen worden. Het voorgestelde niveau van belasting heeft geen significante impact op de markten. Een iets hogere belasting kan ook bijkomende middelen opleveren voor de Staatskas die vandaag moet besparen in de dienstverlening. Een nog hoger niveau kan dienen als middel om speculatief gedrag tegen te gaan.
Ter informatie: in 2004 keurde België als eerste land ter wereld de Tobintaks goed. Maar aangezien het een belasting op een munt is, moeten ook de andere Eurolanden de taks invoeren vooraleer deze wet in werking kan treden.
2. De speciale trekkingsrechten (SDR’s of Special Drawing Rights) van de rijke landen voor de helft overdragen aan de arme landen
Tijdens de G20 van april 2009 riepen de leiders het IMF op om de globale liquiditeit te verhogen door nieuwe ‘speciale trekkingsrechten’ uit te delen aan haar lidstaten. Deze speciale trekkingsrechten zijn een soort boekhoudkundige creatie van nieuwe internationale reserves. Zij worden toegekend volgens het quotum van de lidstaat en bieden een onvoorwaardelijke, maar beperkte toegang tot de deviezen van andere lidstaten.
Omdat de toekenning gebeurt op basis van het quotum van een land – lees: op basis van de grootte van de economie – kregen de lage inkomenslanden slechts 21 miljard dollar of 7% van de totale allocatie. De 23 rijkste landen van de wereld kregen 178 miljard dollar of twee derde van het geheel.
Oxfam roept de rijke landen op om de helft van de aan hen toegewezen trekkingsrechten, zijnde 89 miljard dollar, over te dragen aan de arme landen.
3. Actie ondernemen tegen belastingparadijzen
Er zijn meer dan 70 belastingparadijzen in de wereld. Op de Kaaimaneilanden is bijvoorbeeld een gebouw waar meer dan 12.000 bedrijven geregistreerd zijn. Volgens schattingen passeert de helft van de wereldhandel via een belastingparadijs, met als gevolg dat overheden enorm veel belastinginkomsten mislopen.
Tijdens de vorige G20 stond de strijd tegen belastingparadijzen bovenaan de agenda en werd besloten de OESO hiervan de leiding te geven. De reeds ondernomen acties komen de arme landen nog niet ten goede. Bijkomende hervormingen zijn noodzakelijk opdat de ontwikkelingslanden minstens 160 miljard dollar aan misgelopen inkomsten kunnen recupereren.
Katrien Vervoort: “Oxfam vraagt de G20-leiders in de eerste plaats een multilateraal proces op te starten zodat ontwikkelingslanden niet langer moeten onderhandelen met elk belastingparadijs afzonderlijk. Dit proces moet ook gebaseerd zijn op een automatische uitwisseling van informatie. Onder de huidige OESO-plannen moet het initiatief uitgaan van het informatievragende land en moet dit land het rekeningnummer en de volledige naam van de rekeninghouders kennen. Ten derde moet er een verplichting komen voor multinationale bedrijven om land per land te rapporteren over hun onderaannemingen, de gemaakte winsten en de belastingen die ze in elk land betalen. Ook deze hervormingen zullen de Staatskas van de rijke landen ten goede komen.”
Oxfam dringt erop aan dat de G20 ministers van Financiën deze drie maatregelen aannemen en zo extra geld genereren voor de arme landen. Op deze manier helpen zij hen om de storm van de economische crisis te doorstaan en vele mensenlevens te sparen.
Meer info:
Katrien Vervoort, beleidsmedewerkster Sociale Basisdiensten bij Oxfam-Solidariteit,
Tel. 02 501 67 56 — 0494 23 02 53


Facebook
Twitter
YouTube
Flickr
Newsletter
