Bezet Palestijns Gebied

21 oktober 2009

Grond innemen met alle mogelijke middelen

Talrijke Israëlische maatregelen leiden ertoe dat Palestijnse landbouwers hun grond afgenomen wordt. Sharif Omar, een boer uit het dorp Jayyous, vertelt over de verschillende methodes die gebruikt worden.

Vergunningen met mondjesmaat

Een vergunning om toegang te hebben tot hun eigen gronden? In het begin hebben de boeren in Jayyous die door de Muur van hun velden afgesloten waren en bloc geweigerd zich naar deze maatregel te plooien. Maar de machtsverhouding was tegen hen, en uiteindelijk hebben ze zich erbij moeten neerleggen, zij het met tegenzin.

Het waardevolle document verkrijgen is geen makkelijke opdracht. Sommige Palestijnen ontdekken bijvoorbeeld dat ze op een ‘zwarte lijst’ van de Israëli’s staan en kunnen dus geen vergunning krijgen. Zij die de veiligheidscontrole hebben doorstaan, kunnen de toegang tot hun land aanvragen, maar daarvoor moeten ze hun identiteitspapieren voorleggen, over documenten beschikken die bewijzen dat ze eigenaar zijn van de gronden of dat ze ze geërfd hebben, verschillende formulieren invullen en foto’s van de percelen voorleggen. Deze hele procedure gebeurt in coördinatie met de Palestijnse Autoriteit.

Vergunningen worden steeds vaker geweigerd en dit wordt doorgaans gemotiveerd op grond van veiligheidsredenen. Deze uitleg verbijstert Sharif Omar, een 66-jarige landbouwer: “Twee jaar geleden ben ik zeven maanden lang niet op mijn velden mogen komen. Mijn oudste zoon Azzam is zakenman. Hij heeft een vergunning om naar Israël te gaan, naar Netanya, Tel Aviv of Haifa… maar hij heeft geen vergunning om met mij naar ons land te gaan, hier in Jayyous.”

De landbouwpoorten in de Muur

Als je eenmaal over een vergunning beschikt moet je naar de dichtstbijgelegen landbouwpoort gaan. In Jayyous zou deze poort drie keer per dag open moeten zijn, telkens een half uur. “Maar de soldaten komen dikwijls te laat, of ze komen niet, of ze sluiten de poort ‘s morgens een kwartier te vroeg”, gaat Sharif verder. Dat de poort in Jayyous op steeds onregelmatiger tijden opengaat, is in zijn ogen bewust. “Ze dwingen ons de poort van Falamiya te gebruiken, op vier kilometer van hier. In theorie hebben we niet het recht om daar te passeren, maar de soldaten sluiten de ogen. Waarom sturen ze ons daarheen? Omdat de poort van Jayyous zich dicht bij de zone bevindt waar de Israëli’s nieuwe gronden in beslag willen nemen! Ik vermoed dus dat ze deze poort in de toekomst willen afschaffen. Waaromd enkt u dat, als bij toeval, de poort van Falamiya twaalf uur per dag open is…”

Juridische spitsvondigheden

“Aangezien we niet aanvaarden dat onze gronden afgenomen worden, zijn alle middelen goed om ze ons met geweld af te nemen. Vervolgens doen de juridische spitsvondigheden de rest…”, legt hij uit. Eenmaal de Palestijnse boeren afgesloten zijn van hun gronden door de Muur of door de gesloten militaire zones, doen de Israëlische autoriteiten beroep op wetten uit de Ottomaanse of de Britse tijd en op de wet van de “afwezige eigenaars”, in een poging om de confiscaties een wettig kader te geven. Zo bepaalt de Ottomaanse wet bijvoorbeeld dat elke door zijn eigenaar verwaarloosde grond op termijn publiek eigendom wordt. “Maar door ons te verhinderen onze gronden te bereiken is het voor de Israëli’s kinderspel om dan te verklaren dat wij er geen zorg voor dragen, zo klaagt hij aan. De gronden staan onder constant toezicht en de Israëlische autoriteiten maken luchtfoto’s in mei en in november. Ze nemen dus foto’s voor het planten en na de oogst. Dit maakt het meteen zeer moeilijk om te bewijzen dat je je gronden het hele jaar door bewerkt!”

De strijd met de namen

Nog zo’n techniek om gronden te confisqueren: die van de familienamen. Volgens de traditie dragen Palestijnen hun voornaam, gevolgd door de naam van hun vader en hun grootvader langs vaderszijde. Maar nu verplichten de Israëli’s hen om hun familienaam toe te voegen, wat het hele systeem totaal overhoop haalt. “De grond van mijn familie staat geregistreerd op naam van mijn vader, Mohammad Omar Mohammad. Mijn naam is Sharif Mohammad Omar Mohammad, voor de Israëli’s wordt dat Sharif Mohammad Omar Khalid. Mijn oudste zoon Azzam heet dus Azzam Sharif Mohammad Khalid en mijn kleinzoon Sharif Azzam Sharif Khalid. A priori is er dus geen duidelijke band meer tussen hun naam en de naam van mijn vader. Binnen enkele jaren zullen de Israëli’s dus kunnen beweren dat mijn kleinzoon geen enkele band heeft met de familiale grond.”


- Artikel uit de brochure van Oxfam International: “Vijf jaar illegaliteit. Tijd om de Muur te ontmantelen”

 
Disclaimer over het Israëlisch-Palestijns conflict.