STOP! Werknemers zijn geen gereedschap

25 juni 2009

Vakbondswerk in Zuid en Noord, een dubbelportret

Somsak Sukyod werkt al twaalf jaar bij Auto Alliance Thailand (AAT). Erik Verheyden werkt 23 jaar bij Ford Genk. Beide vakbondsmannen beschrijven de omstandigheden op de werkvloer.

Somsak Sukyod werkt bij ATT, een joint-venture tussen Ford en Mazda in de provincie Rayong. Als voorzitter van de vakbond beschrijft hij de plaatselijke werkomstandigheden.

Onderdrukt, uitgewrongen… gedumpt ?

Hier rolt elke 2 minuten een pick-up van de band, vertelt vakbondsvoorzitter Somsak Sukyod in oktober 2008, enkele weken vóór de crisis haar intrede doet in de automobielsector. “De productiedoelstellingen van het bedrijf stijgen elk jaar. Vanaf 2007 wil AAT 200.000 auto’s per jaar maken. De druk op de arbeiders is enorm hoog. Ze dwingen ons over onze grenzen te gaan. Vele werkers hebben rugpijn en krijgen koorts en andere stressgerelateerde ziektes . En dat allemaal voor een minimumloon: 215 euro per maand plus kleine bonussen voor onderdak en transport. En dat zijn dan de mensen met een ‘normaal’ contract. Meer en meer arbeiders worden aangenomen via onderaanneming en werken met tijdelijke contracten. Zij krijgen niet meer dan 130 euro per maand! De Ford Everest die we hier produceren wordt verkocht aan een prijs van 20.000 euro, dat is 150 keer het salaris van de mensen die hem maken.”

De vakbond stoort

In zijn strijd voor loonsverhogingen en betere arbeidsvoorwaarden komt Somsak Sukyod vaak in botsing met de directie die niet open staat voor dialoog. De oprichting van de vakbond in 2001 werd maar matig geapprecieerd en de directie deinsde er in het verleden niet voor terug vakbondslei- ders te ontslaan. Ze moest echter op die beslissing terugkomen na een grote mobilisatie van de arbeiders.

“Het weinige dat we vandaag hebben kunnen afdwingen, is er alleen gekomen na een harde strijd”, legt Somsak uit. “Om de jaarlijkse loonsverhoging te kunnen behouden, hebben we een maand lang geweigerd overuren te maken. Dat was heel zwaar voor ons. De directie heeft mij toen een promotie voorgesteld in ruil voor het beëindigen van de staking. Ik heb geweigerd en sindsdien sta ik geboekstaafd als herrieschopper. Ze durven mij niet op straat zetten omdat de vakbond te machtig geworden is, maar de personeelsverantwoordelijke heeft alle werkgevers uit de regio afgeraden mij aan te nemen, in het geval dat...”

“ In het geval dat... “: enkele maanden na onze ontmoeting komt deze hypothese gevaarlijk dichtbij voor Somsak en zijn 3.500 collega’s van AAT. In 2009 heeft de dalende vraag in de automobielsector al miljoenen werknemers in Thailand van hun werk beroofd. De meerderheid van de bedrijven heeft besparingsmaatregelen doorgevoerd, zoals het bevriezen van de lonen of de vermindering van de tarieven voor overuren. Gisteren onder druk door de concurrentie, vandaag uitgewrongen door de crisis, wat wordt het morgen voor de Thaise werknemers?

Tussen hoop en wanhoop

Erik Verheyden is veertig jaar, getrouwd en heeft twee kinderen. Hij werkt 23 jaar bij Ford Genk en is zeven jaar vakbondsafgevaardigde. Hij vertelt hoe hij in zijn lange carrière het leven op de werkvloer sterk heeft zien veranderen.

Sinds de jaren negentig zijn er regelmatig grote herstructureringen geweest. Telkens de productie van een model ten einde loopt, is het bang afwachten. De concurrentie is zo groot dat het altijd moeilijker wordt om garanties te krijgen. In 2003 hadden ze ons bijvoorbeeld beloofd dat we de nieuwe Ford Focus mochten maken, tot de Amerikaanse directie zich plots bedacht. Het kwam hen beter uit om de Focus ergens anders te laten produceren. In 2012 moeten we eigenlijk een nieuw model krijgen, maar het is nog altijd niet duidelijk waar de nieuwe modellen gemaakt zullen worden. Wij blijven in onzekerheid zitten.

Just in Time

Niet alleen de onzekerheid is enorm toegenomen, ook de werkdruk is de laatste jaren sterk gestegen. Alles moet ‘just in time’ afgewerkt worden, er worden geen voorraden meer aangelegd en de tijd aan de machines wordt strak afgemeten. Een groot elektronisch bord geeft aan hoeveel auto’s die dag nog van de band moeten rollen.

“ We krijgen steeds minder tijd om ons werk te doen. Toen ik bij Ford begon, werkten er meer dan 12.000 mensen, nu zijn we nog met 5.000. We moeten met veel minder mensen bijna dezelfde productie halen. In de topjaren maakten we 1.900 wagens per dag, nu maken we met een derde van de mensen van toen nog altijd 1.300 auto’s!”

De wereldwijde crisis heeft lelijk huisgehouden in de automobielsector. De productie is ingestort, het merendeel van de arbeiders is het grootste deel van de tijd technisch werkloos en ook de bedienden hebben beslist minder te gaan werken. Volgens Verheyden maakt de directie echter ook handig gebruik van de economische crisis.

“Door de crisis is onze productie gezakt tot het absolute minimum. Alle tijdelijke werknemers zijn weg en de economische werkloosheid is erg hoog. Oudere werknemers en mensen die niet goed in het plaatje passen worden op brugpensioen gestuurd of krijgen een andere job in de productie. De crisis wordt gebruikt om mensen op een zijspoor te zetten.” Gevraagd naar de toekomst slaakt Verheyden een diepe zucht. “Ik hoop dat de economie zich zal herstellen en dan zal Ford Genk wel volgen. Een andere optie is er niet. Ik moet wel blijven geloven dat het goed komt.”

Frédéric Janssens en Nena Baeyens