Handel

17 oktober 2006

WTO - Arme landen proberen de schade te beperken

Aan de vooravond van de Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Genève heeft Oxfam International onderstreept dat geen enkel akkoord in dit stadium voordelig zal zijn voor de arme landen.

Na bijna vijf jaar WTO-handelingen concludeert Oxfam International dat de huidige voorstellen vaag blijven en ontoereikend zijn om van onderhandelingen met een duidelijke ontwikkelingsdoelstelling te kunnen spreken. Het zijn de eigen belangen van de commercile grootmachten, meer bepaald van de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten, die de loop van de onderhandelingen bepalen.

“De VS en de EU hebben zich bijzonder star opgesteld, zonder enige bereidheid tot toegevingen, en bijgevolg zal de kans voorbijgaan om de handelsregels in de wereld meer af te stemmen op duurzame ontwikkeling,” zei Cline Charvriat, verantwoordelijke voor de Make Trade Fair-campagne van Oxfam International. “De belangrijkste ingredinten ontbreken nog om tot een akkoord te komen dat de arme landen echt zou helpen. De mooie belofte van ontwikkeling’ is vrijwel verdwenen”, zei ze nog.

Bangladesh en subSahara Afrika zullen nog armer worden

Uit meerdere studies blijkt dat de armste landen de grootste verliezers zullen zijn van deze onderhandelingsronde. Volgens de recentste studie van de think tank Carnegie Endowment for International Peace zullen subSahara Afrika en Bangladesh de armoede in hun land nog zien toenemen! (1) In het geheel van de ontwikkelingslanden zal de landbouwsector achteruit gaan, om te beginnen met de familiale landbouw.

De huidige voorstellen staan aan de rijke landen toe hun landbouwsubsidies te verhogen waardoor ze hun producten beneden de kostprijs kunnen exporteren. De Verenigde Staten zouden hun landbouwsubsidies, die in 2005 19,7 miljard dollar bedroegen, kunnen verhogen tot 22,7 miljard dollar. De landbouwsubsidies van de EU zouden van 22,9 miljard tot 33,1 miljard dollar kunnen opgetrokken worden.(2)

“De grootste en de rijkste producenten uit de EU en de VS zullen teveel blijven produceren om hun overschotten tegen een lage prijs op de wereldmarkt te verkopen. En het is precies daartegen dat de ontwikkelingslanden zich in het kader van deze onderhandelingen verzetten,” legt Cline Charvriat uit. “Omdat de voorstellen die nu op tafel liggen dit probleem niet aanpakken, wordt de inzet van deze Doharonde serieus bedreigd.”

Meerdere landen hebben zich bovendien uitgesproken voor een beperking van het aantal landbouwproducten die de ontwikkelingslanden wensen te beschermen. En dit ondanks het feit dat deze landen de zogenaamde speciale producten’ juist meer willen beschermen omdat ze essentieel zijn voor hun ontwikkeling en de overleving van hun bevolking.

Talloze arbeidsplaatsen worden bedreigd

Op industrieel gebied heeft de Europese Unie een formule voorgesteld die de industrile wereldmarkt nog meer zou openen. Voor de ontwikkelingslanden zou dat neerkomen op een vermindering van hun douanerechten met 70 percent, terwijl de rijke landen slechts een vermindering van 25 percent willen doorvoeren. Een WTO-akkoord zou deze verminderingen kunnen vastleggen en bijgevolg talloze arbeidsplaatsen in de ontwikkelingslanden bedreigen.

Uit de cijfers van de VN blijkt duidelijk dat het totale inkomen van de ontwikkelingslanden met ongeveer 63 miljard dollar zal verminderen indien de douanerechten op landbouw- en industrile producten verminderd worden.

De EU en Japan willen competitieve producten uitsluiten

Indien de armste landen markttoegang krijgen in de rijke landen, zonder quota of douanerechten, dan kunnen ze 2,5 miljard dollar per jaar verdienen. Maar de VS en Japan willen de producten uitsluiten waarmee de arme landen het meest competitief zijn, zoals bijvoorbeeld het textiel. (4) Voor suiker zullen zij pas toegang krijgen tot de Europese markt, nadat de Europese suikerprijs met 36 percent gedaald is.

“De ontwikkelingslanden hadden hun hoop gevestigd op een handelsakkoord dat hen meer markttoegang zou verschaffen in het Noorden. Met de huidige voorstellen gebeurt eerder het omgekeerde en zullen zij gedwongen zijn hun eigen markt wijd open te gooien zonder daarvoor veel in de plaats te krijgen,” concludeert Cline Charvriat.

Oxfam International meent dat sommige van de voorstellen die nu op tafel liggen de ontwikkelingslanden zouden kunnen helpen. Bijvoorbeeld de toezegging van de VS en van Europa om de exportsubsidies af te schaffen tegen 2013. “Maar alles wel beschouwd geloven we dat het geheel van de voorstellen de ontwikkelingslanden zullen benadelen”, besluit Cline Charvriat. “Er wordt nu enorm veel druk uitgeoefend op die landen: ofwel tekenen ze het akkoord ofwel krijgen zij de schuld van een mislukking.”

Voetnoten

(1)Uitgezonderd Zuid-Afrika

(2)Voor de VS: vergelijking tussen de geschatte handelsverstorende subsidies in 2005 en de voorgestelde subsidies in het kader van de Doharonde. De gegevens werden geput uit officile simulaties die de Canadese overheid maakte voor de EU, de VS, Australi en enkele andere WTO-leden.

Voor de EU: vergelijking tussen de geschatte handelsverstorende subsidies na de hervorming van GLB (1999-2003) en de voorgestelde subsidies van de Doharonde. De gegevens zijn gebaseerd op simulaties van Oxfam International en de Canadese overheid.

(3)Deze berekeningen gebeurden op basis van de verminderingen voorgesteld door de EU en de gemiddelde douanerechten op industrile goederen van een bepaald aantal landen (Canada, Verenigde Staten, Japan, EU en Noorwegen) en van ontwikkelingslanden (Brazili, India, Indonesi, Pakistan, Paraguay).

(4)De EU of Canada stellen al een markttoegang voor zonder douanerechten of quota, terwijl Japan en de VS achterblijven. Maar de ingewikkelde oorsprongsregeling’ sluit de totale markttoegang voor de ontwikkelingslanden uit, behalve wellicht Canada.

Voor meer informatie:

Contacteer Romain Benicchio van Oxfam International in Genve, tel. +41 797979 990