Cambodjaanse vrouwen beschermen hun heilig bos

14/05/2021

In de bossen van de Cambodjaanse provincie Ratanakiri wonen inheemse gemeenschappen samen op gemeenschappelijke grond. Nadat buitenlandse bedrijven hun land afnamen, strijden de vrouwen in de afgelegen dorpen om hun land, bos en heilige plaatsen terug te krijgen. Samen met onze partners ondersteunen wij dit vrouwelijk leiderschap.

Het nieuws zette het dorp Padol in rep en roer. Onbekenden waren de bomen in het beschermde bos aan de andere kant van de Sesan-rivier aan het kappen. Het dorp moest hen stoppen. De dorpsoudsten organiseerden een vergadering. De vrouwen kwamen met de meest redelijke voorstellen, dus werden zij afgevaardigd om de gemeenschap te vertegenwoordigen.

De vastberaden vrouwen staken in bootjes de snelstromende Sesan over. "Ik was niet bang", vertelt Romas Phlul. "Ik wilde hen alleen maar tegenhouden. Als we geen boot hadden gehad, zou ik naar de overkant zijn gezwommen."

Bij aankomst vroegen de vrouwen aan de drie arbeiders of ze de juiste documenten hadden. Dat hadden ze niet, dus namen de vrouwen hun materiaal in beslag en nodigden hen uit om de zaak te bespreken. De volgende dag kwam een vertegenwoordiger van het bedrijf naar het dorp om met de vrouwen te onderhandelen. Maar die gaven niet toe. Het bedrijf kwam nooit meer terug.

Landroof in het noorden van Cambodja

De inheemse gemeenschappen in de dunbevolkte provincie Ratanakiri in het noorden van Cambodja staan onder druk. Ze proberen hun gemeenschappelijke grond in de bossen te behouden, maar de Cambodjaanse regering wijst uitgestrekte gebieden toe aan land- en mijnbouwbedrijven. Dat gebeurt zonder enig overleg met de lokale gemeenschappen. Deze pure landroof is een zware schending van hun rechten.

Voor inheemse vrouwen is het bos heilig. "We hangen al eeuwenlang af van natuurlijke bronnen uit het bos”, vertelt Chanthy Dam. De inheemse Toumpoun-vrouw is directrice van Oxfam-partner Highlander Association, die de belangen van de gemeenschappen behartigt. “Het bos is onze markt. We halen er groenten, hout … eigenlijk alles.”

Vrouwelijk leiderschap bij inheemse gemeenschappen

Samen met Highlander Association helpen we de inheemse gemeenschappen hun landrechten op te eisen, hun bos- en rivierbronnen te beschermen en hun cultuur in stand te houden.

Doorgaans hebben mannen de leiding in de inheemse gemeenschappen in Ratanakiri. Maar Highlander Association helpt hen de traditionele rolpatronen in vraag te stellen. De organisatie leert mannen en vrouwen om samen te werken en moedigt hen aan om vrouwelijke leiders te erkennen. Vrouwen volgen vormingen om het leiderschap op zich te nemen.

Bulldozers op de cashewboerderij

Sol Preng uit het dorp Malik herinnert zich nog levendig de dag dat de bulldozers onverwacht op haar familieboerderij verschenen. Het Vietnamese rubberplantagebedrijf Hoang Anh Gua Lai (HAGL) had van de Cambodjaanse regering een economische grondconcessie verkregen en begon het land in 2012 te ontginnen zonder overleg met de gemeenschap.

"Het bedrijf rooide onze cashewbomen, vlak voor de oogst”, vertelt ze. "Ik verloor vier hectare land, al mijn bomen en zelfs mijn huis. Maar het ergste is dat we ons bos kwijt zijn. We gingen er op zoek naar paddenstoelen en groenten.”

Ook Khwas Blov verloor die dag haar cashew- en bananenbomen, haar kippen en haar huis. “Ik probeerde hen nog tegen te houden, zodat ik mijn oogst nog kon redden. Maar dat lukte niet.”

Vrouwen werken samen tegen landroof

Toen het stof was neergedaald, staken Sol, Khwas en de andere vrouwen de hoofden bijeen. "Ik was zo boos, maar ik wist niet wat ik moest doen", herinnert Sol zich. "Ik wilde compensatie voor het verlies van mijn cashewbomen."

“We gingen op zoek naar ngo’s die ons advies konden geven en kwamen uit bij de Highlander Association. Ik ging van huis tot huis om vrouwen te werven. Zo konden we samenwerken om ons land terug te krijgen.”

Een formele klacht bij de Wereldbank

Met de hulp van de ngo’s deden de vrouwen uit Malik onderzoek naar het bedrijf dat hun boerderijen vernielde. Ze kwamen erachter dat een agentschap van de Wereldbank 16,4 miljoen dollar geïnvesteerd had in een Vietnamees bedrijf dat banden had met de rubberplantage.

Dat bood perspectief: Malik en 16 andere gemeenschappen die door de landconcessie waren getroffen, dienden in 2014 een formele klacht van 36 pagina's in bij de Wereldbank. Daarin werd gedetailleerd ingegaan op het verlies van land, waterbronnen, landbouwzones en heilige bossen en begraafplaatsen.

Na jaren van onderhandelen werd het bedrijf verplicht te stoppen met rooien en moest het een compensatie betalen. Eind maart 2019 kondigde de provinciale regering van Ratanakiri aan dat het bedrijf nog eens 742 hectare land moest teruggeven.

Wil je vrouwen zoals Khwas en Sol steunen?

 
Foto's ©Savann Oeurm/OXFAM