De OESO-belastingplannen: Belastingrevolutie of belastingcomplicatie?

27/10/2019

Vorige week vrijdag, 18 oktober, beslisten de G20 ministers van financiën in Washington D.C. tijdens de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank om de onderhandelingen voor een vergaande hervorming van de internationale belastingregels verder te zetten.

We horen hier maar weinig over in de Belgische media, maar sinds januari 2019 wordt een internationaal belastingakkoord onderhandeld onder leiding van de OESO. Op enkele maanden tijd zijn de hervormingen snel gevorderd en men krijgt nu meer en meer zicht op wat de bedrijfswereld te wachten staat. Er wordt foutief uitgegaan dat de hervormingen enkel de techreuzen zoals Google of Apple zouden raken.

De nood aan een hertekening van het fiscaal systeem

De basis van ons internationaal belastingsysteem werd bijna een eeuw geleden gelegd. Dat maakt dat het totaal onaangepast is aan onze huidige economie. In een geglobaliseerde economie, zoals we die vandaag kennen, is het achterhaald om multinationals op het niveau van afzonderlijke entiteiten te belasten in plaats van op groepsniveau. Het is een illusie om te denken dat het bestaande ‘arms length’ principe, op basis waarvan interne verrekenprijzen toegepast worden, kan leiden tot een werkelijke representatie van de realiteit. In een gedigitaliseerde economie, zoals we die vandaag kennen, is het niet meer van deze tijd om een ‘fysieke aanwezigheid’ te eisen vooraleer een land het recht krijgt om een multinational te belasten.

Om het belastingsysteem aan te passen aan de uitdagingen van de 21ste eeuw, lanceerde de OESO begin dit jaar een werkplan om de internationale belastingregels grondig te hertekenen. Dat OESO- plan valt uiteen in twee pilaren. De eerste pilaar focust op de vraag ‘waar multinationals belasting moeten betalen’ en wil de heffingsrechten tussen landen herverdelen. De tweede pilaar, die focust op de vraag ‘hoeveel belasting multinationals minimaal moeten betalen’, onderzoekt de mogelijkheid om een wereldwijde minimumbelasting in te voeren. De onderhandelingen in de beide pilaren zijn momenteel aan een razendsnel tempo bezig. Maar of ze ook daadwerkelijk de revolutie betekenen in het fiscale landschap waar zo op gehoopt werd? Dat valt vooralsnog te betwijfelen.

Het OESO-voorstel: revolutie of gerommel in de marge?

Onlangs presenteerde de OESO de vooruitgang in relatie tot de eerste pilaar. Daarin stelt de OESO voor om marktlanden, landen waar multinationals een hoge interactie hebben met klanten, zoals gebruikers van online diensten, meer heffingsrechten te geven. Heel concreet denkt men daarbij aan de creatie van een nieuw heffingsrecht, waarbij een deel van de globale winst van multinationals belast zou worden en volgens een verdeelsleutel zou toegewezen worden aan marktlanden.

Op het gebied van de belastingprincipes is dit niet minder dan een revolutie, omdat cruciale belastingprincipes, zoals het principe van ‘fysieke aanwezigheid’ en het ‘arms length’ principe, voor het eerst openlijk in vraag gesteld worden. Maar in de praktijk dreigt deze fiscale revolutie maar een mager effect te hebben.

Ten eerste zullen de nieuwe regels slechts van toepassing zijn op een erg beperkte groep multinationals. De omzetdrempel van de multinationals moet nog vastgelegd worden, maar kan in verschillende richtingen evolueren. Ten tweede zullen de nieuwe regels slechts een deel van hun winsten viseren. Het zou hierbij gaan om de residuele winsten, die via complexe berekeningen afgescheiden moeten worden van routinewinsten. Ten derde lijkt de verdeelsleutel enkel te focussen op verkoop en digitale gebruikers, waarbij andere factoren, zoals tewerkstelling, niet in rekening gebracht worden. Ten vierde en meest fundamenteel, zou dit nieuwe systeem het oude systeem niet vervangen, maar zou het er naast bestaan.

Politici, ga voor eenvoudige en eerlijke regels

Alles samen zal dit ervoor zorgen dat het belastingsysteem niet grondig hertekend wordt, maar in de eerste plaats nóg complexer dreigt te worden. Of het tot meer fiscale rechtvaardigheid zal leiden, bijvoorbeeld voor ontwikkelingslanden, is hoogst betwijfelbaar. Meer nog, het nieuwe systeem zou in veel gevallen tot nieuwe grijze zones kunnen leiden, wat natuurlijk helemaal niet de bedoeling is.

Maar hoewel de vooruitgang in pilaar 1 vooralsnog teleurstelt, is alles nog niet verloren. Binnen dit werkdomein moeten nog cruciale keuzes gemaakt worden, die het glas misschien terug halfvol kunnen maken. Bovendien zit het meeste potentieel zowel voor ontwikkelde landen als ontwikkelingslanden in pilaar 2, die de implementatie van een wereldwijde minimumbelasting beoogt. Veel zal echter afhangen van politieke wil. Willen politici een grondige oplossing voor de onrechtvaardigheden in ons belastingsysteem of beperken zij zich tot enkele kleine aanpassingen van een falend systeem?

Wij roepen politici, waaronder België, dat in de stuurgroep zit van de landen die deze belastinghervormingen voorbereidt, alvast op om te kiezen voor duidelijke en eerlijke belastingregels. Niemand heeft immers baat bij een verdere complicatie van het belastingsysteem. ‘Halve oplossingen’ zullen onvermijdelijk leiden tot de opkomst van meer unilaterale maatregelen en een nieuwe ronde van hervormingen op globaal niveau. Het is in ieders belang, ook in dat van het bedrijfsleven, voor wie rechtszekerheid zo belangrijk is, dat we dit vermijden.

Maaike Vanmeerhaeghe en Johan Langerock, fiscale experts bij Oxfam

Thema: 

Contact us

Nederlandstalige pers
Belinda Torres Leclercq
0472/55.34.43
belinda.torres-leclercq@oxfam.org

Franstalige pers
Sotiris Gassialis
0494/13.56.78
sotiris.gassialis@oxfam.org

Follow us

OH-magazine
Abonneer je op het driemaandelijks magazine van Oxfam-Solidariteit, stuur een e-mail naar
oh-magazine@oxfamsol.be.

Twitter
Volg ons op Twitter