De uitdagingen bij landroof

Grond wordt schaars en dus valt er veel geld mee te verdienen. Door de voedselcrisis in 2008-2009 heeft de trend van grootschalige investeringen in land zich extreem doorgezet. Volgens de Wereldvoedselorganisatie (FAO) werd in 2009 wereldwijd beslag gelegd op 45 miljoen hectare grond. Dat is 15 keer de oppervlakte van België. Talrijke privé-investeerders zoeken gronden om voedsel te produceren voor de export, voor biobrandstoffen of gewoon om hun eigen winsten te verhogen.

Bij grootschalige investeringen worden kleine boeren regelmatig met geweld van hun grond verdreven. Soms zonder schadeloosstelling. Ze krijgen hooguit een klein lapje grond als compensatie, maar dat is te weinig om van te leven. Ze worden nog armer dan ze al waren en er wordt steeds minder voedsel geproduceerd voor lokale consumptie. Dit fenomeen van landroof doet zich vooral voor in de Afrikaanse landen, maar ook in Azië, Latijns-Amerika en zelfs in Centraal-Europa. Het gaat doorgaans om landen met een gebrekkige regulering over grondbezit.

Biobrandstoffen en vage wetten over grondbezit

De regering van Mozambique verwelkomde buitenlandse investeerders die op zoek waren naar vruchtbare grond, om gewassen gewassen te telen voor biobrandstoffen. De lokale gemeenschappen kregen geen inspraak. Het gevolg is dat de voedselzekerheid in het land op lange termijn bedreigd is. Steeds meer landbouwers worden landarbeiders op grote plantages voor biobrandstofgewassen, waardoor ze hun lot minder in eigen handen hebben.

In Mali is al meer dan 600.000 hectare grond van de bevolking afgenomen. De nationale elites, buitenlandse staten (zoals China) en multinationals kopen er grote oppervlakten landbouwgrond. Meestal gebeurt dat zonder de minste transparantie. De wetgeving op het grondbezit in Mali is helemaal niet duidelijk. De overheid moedigt privé-investeerders aan, want ze hoopt dat het land hierdoor zal kunnen voorzien in zijn eigen voedselbehoeften. Maar in de praktijk blijkt dat er rijst voor de export geteelt wordt.

En de Malinese boeren, die deze grond nodig hebben om in hun eigen voedsel te kunnen voorzien, blijven met lege handen achter. De vrouwen, die bonen van de boterboom konden oogsten, moesten plaats ruimen voor een grootschalige producent van rietsuiker. Daardoor raakten ze hun inkomsten kwijt.

Nieuwe internationale richtlijnen

Het goede nieuws is dat de lidstaten van het Comité voor Voedselzekerheid (CFS) op 11 mei 2012 officieel de Vrijwillige Richtlijnen goedgekeurd hebben voor het verantwoord beheer van grond, visgronden en bossen. Het gaat om 96 landen, waaronder China, de Verenigde Staten en Brazilië. Drie jaren van onderhandelingen waren hiervoor nodig. Zowel het middenveld als onze partnerorganisaties speelden hierin een rol. Oxfam was een drijvende kracht in dit proces.

De Vrijwillige Richtlijnen bevatten concrete aanbevelingen voor staten om aan verantwoord grondbeheer te doen, met het oog op duurzame ontwikkeling en het bestrijden van honger. De Richtlijnen zijn een belangrijk instrument om het overheidsbeleid te sturen. Ze bieden ook een kader voor andere actoren zoals bedrijven.

Dit is op zich goed nieuws, op voorwaarde dat de richtlijnen nu door de Europese en Belgische overheid en door internationale instellingen zoals de Wereldbank vertaald worden in een verbeterd, evenwichtig beleid.