De uitdagingen in Cambodja

In dit land met 15 miljoen inwoners moeten de meeste mensen rondkomen met minder dan 2 dollar per dag. Armoede is er een groot probleem. Dit laat zich vooral voelen op het platteland en bij de meest kwetsbare bevolkingsgroepen: vrouwen en kinderen.

Bewegingsruimte middenveld beperkt

Met ongeveer 1.500 lokale ngo's en diverse gemeenschapsorganisaties is het Cambodjaanse middenveld in volle opgang. Maar de openbare en politieke ruimte waarbinnen die organisaties kunnen werken, wordt de laatste tijd steeds kleiner. Ze ondervinden steeds meer moeilijkheden om bijeen te komen, zich te organiseren en vrijuit te spreken.

Afhankelijk van buitenlandse hulp

Ongeveer de helft van het nationale budget in Cambodja hangt af van buitenlandse hulp. Die schenkers spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van het land. Ze zijn essentieel om de inspanningen van de overheid en niet-gouvernementele organisaties te coördineren, op alle niveaus. Van die financiers speelt China een steeds grotere rol.

Toenemende ongelijkheid

De laatste twee decennia is de Cambodjaanse economie gestabiliseerd en zelfs gegroeid. Spijtig genoeg ging die groei gepaard met een toenemende ongelijkheid. De regering heeft immers vooral aandacht voor buitenlandse investeringen en voor de exportindustrie. Op die manier kan ze buitenlands geld naar de staatskas doen vloeien.

Werkonzekerheid

De economische groei van Cambodja hangt grotendeels af van vier sleutelsectoren: het toerisme, de textielindustrie voor de export, vastgoed en bouw en de grootschalige landbouw. Maar de groei in die sectoren was niet groot genoeg om het groeiende aantal werknemers op de arbeidsmarkt aan het werk te zetten. De Cambodjaanse bevolking is een van de jongste in de regio. Bijna 65 procent is jonger dan 30 jaar en de gemiddelde leeftijd is 23,5 jaar. Het merendeel van die jongeren vindt werk in de informele sector. De werknemers zijn niet zeker van werk. Ze nemen massaal hun toevlucht tot tijdelijke contracten, omdat het arbeidsrecht niet strikt wordt toegepast. Daardoor kunnen ze niet rekenen op bescherming.

Kwetsbare economie

De integratie van Cambodja in de wereldeconomie heeft de nationale economie kwetsbaarder gemaakt voor mogelijke crises. De economische groei heeft tegelijkertijd de druk verhoogd op grond, water en bossen. De gemeenschappen op het platteland verliezen hun bestaansmiddelen, ten voordele van de privésector. Ze moeten emigreren om werk te vinden. De werknemers die van het platteland komen, worden vaak uitgebuit. Ze krijgen geen bescherming op het werk en hebben ook geen toegang tot de sociale basisdiensten.

Onbenutte grondstoffen

Cambodja beschikt over veel grondstoffen die nog niet benut worden. Er zijn mogelijkheden om grootschalige investeringen te doen in de landbouw of in de ontginning van bodemrijkdommen, vooral energiebronnen. Die activiteiten vormen een enorm groeipotentieel. Maar het land zal ervoor moeten zorgen dat die nieuwe rijkdommen ten goede komen aan de bevolking en dat ze gelijk verdeeld worden.

Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen

Er bestaat in Cambodja ook een schreeuwende ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Dat verschil heeft vooral op plaatselijk niveau te maken met diepgewortelde sociale regels. De vrouw wordt er als een ondergeschikte van de man beschouwd. Doordat de vrouwen zich daarbij neerleggen, maken ze het zichzelf nog moeilijker om die ongelijkheid weg te werken. Ze hebben daardoor minder toegang tot natuurlijke grondstoffen en kunnen niet deelnemen aan de besluitvorming. Daarom zijn vrouwen op alle politieke niveaus zwak vertegenwoordigd.