De uitdagingen in de Centraal-Afrikaanse Republiek

De Centraal-Afrikaanse Republiek is een erg instabiele staat. Al 50 jaar lang wisselen militaire interventies en staatsgrepen elkaar af. 62% van de bevolking leeft onder de armoededrempel. De levensverwachting bedraagt gemiddeld 49 jaar. Op dit moment zijn er 436 000 ontheemden in eigen land. 462 000 mensen zijn gevlucht naar één van de buurlanden.

In 2012 is een nieuwe spiraal van geweld gestart, toen de rebellencoalitie (Seleka) een staatsgreep pleegde in de hoofdstad Bangui. Als gevolg daarvan vluchtte toenmalig president François Bozizé naar buurland Democratische Republiek Congo. Seleka-leider Michel Djotodia werd op dat moment uitgeroepen tot president. In 2014 nam hij alweer ontslag. Als antwoord op de aanvallen van de Seleka-milities vormden zich christelijke anti-Balakamilites. Sindsdien is geweld dagelijkse realiteit voor de burgers van de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Vluchtelingen en voedsel

Op een totale bevolking van 4,6 miljoen mensen hebben op dit moment 2,7 miljoen mensen humanitaire hulp nodig. Deze mensen zijn allemaal gevlucht naar veiligere dorpen. In die dorpen is de bevolking op zeer korte tijd verdrievoudigd. Er zijn voedseltekorten in de dorpen, en er was al onvoldoende voedsel vóór de aankomst van de ontheemde landgenoten.

Door het geweld tussen de milities heeft de boeren hun velden niet kunnen bewerken. De oogsten zijn nu heel mager. De prijs van voedingsmiddelen is gestegen en 90% van de bevolking eet slechts één keer per dag.

Bekijk het verhaal van Jeanne, vluchtelinge uit de Centraal-Afrikaanse Republiek: