De uitdagingen in El Salvador

El Salvador behoort tot de landen van Latijns-Amerika en de Caraïben waar de ongelijkheid zeer groot is. De armste 20 procent van de bevolking krijgt 6,1 procent van het inkomen, terwijl de 20 procent rijksten beschikken over 48 procent van het totale inkomen. Het land kende een burgeroorlog van 12 jaar, tot de ondertekening van een vredesakkoord in 1992. Dat drukte duidelijk een stempel op de ontwikkeling.

Landbouw is geen prioriteit

Sinds de Salvadoraanse overheid twee decennia geleden de vrijhandel introduceerde, heeft ze haar regulerende en bestuurlijke rol beperkt. Een aantal basisvoorzieningen zijn geprivatiseerd. In plaats van afhankelijk te blijven van de traditionele, op export gerichte landbouw, koos de overheid ervoor om buitenlandse investeerders aan te trekken met goedkope arbeidskrachten. Meer dan 40 procent van de bevolking leeft op het platteland, maar toch was investeren in landbouw geen prioriteit.

Massale emigratie

De verhoopte groei bleef uit en er heerst nog altijd extreme armoede. Ook op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs scoort El Salvador zwak. Slechts een vierde van de bevolking heeft toegang tot de sociale zekerheid. Veel Salvadoranen kozen ervoor om betere kansen te zoeken in het buitenland. Ongeveer 25 procent van de bevolking emigreerde, vooral naar de VS. Als gevolg van deze exodus is een gezin op vijf afhankelijk van financiële transfers uit het buitenland.

Geweld op vrouwen

Het onderwijs voor meisjes gaat erop vooruit. Steeds meer vrouwen worden geactiveerd in het economisch proces. Toch verdienen ze slechts 40 procent van het gemiddelde loon van een man. Ze zijn vooral actief in de informele sector, als huispersoneel of in onbetaalde baantjes. Uit cijfers blijkt dat een vrouw op twee tussen 15 en 49 jaar (gehuwd of met een partner) in haar leven het slachtoffer wordt van psychologisch, fysiek of seksueel geweld. Vrouwenorganisaties dringen erop aan om geweld tegen vrouwen niet langer als een privéaangelegenheid te zien, maar dat het ook een prioriteit bij de autoriteiten wordt.

Hard getroffen door economische crisis

De wereldwijde economische crisis heeft El Salvador zwaar getroffen. De vraag naar exportgoederen is gedaald. Het internationale toerisme daalt. Er wordt minder geld uit het buitenland overgemaakt en er is minder internationale kredietverlening. Dat heeft zijn weerslag op de tewerkstelling en op het inkomen van de bevolking.

Anticrisisprogramma

In 2009 lanceerde de overheid een anticrisisprogramma, met onder meer een uitbreiding van de schoolmaaltijden, gratis secundair onderwijs en een belastingvermindering voor uitgaven voor gezondheid. Ze voorzag een kleine toelage, zodat het armste bevolking toch gebruik kan maken van sociale dienstverlening. Om de landbouwsector te beschermen, zocht de overheid mogelijkheden om de opbrengst van de industriële landbouwproductie te verbeteren. Dat houdt onder meer een betere toegang in tot landbouwkrediet, controle op de prijs van grondstoffen, beter zaaigoed en de overdracht van technologie.

Guerilla

Sinds 2009 ondergaat El Salvador grote veranderingen. In het verleden was het land een speelbal van economische en politieke elites en van buitenlandse druk, onder andere uit de VS. De regering die in 2009 aan de macht kwam en waarin de vroegere guerrilla Frente Farabundo Martí para la Liberación Nacional (FMLN) een belangrijke rol speelt, legde vooral de nadruk op de invoering van sociale bescherming voor iedereen. Ook de armste delen van de bevolking moeten gezondheidszorg, onderwijs, geweldpreventie en een basispensioen kunnen krijgen. Een andere prioriteit was milieubescherming en de bescherming tegen de natuurrampen die het land geregeld teisteren.

Nieuw ontwikkelingsmodel

Maar er kan niet gesproken worden van een nieuw ontwikkelingsmodel zonder een cultuur van respect, veiligheid en bescherming van de mensenrechten. Het beleid moet de gevolgen onder ogen zien van megaprojecten voor toerisme of mijnontginning, die al te vaak tot landroof leiden.Vrouwenorganisaties vragen respect voor hun rechten, maar conservatieve groepen sluiten de ogen voor het aanwezige geweld tegen vrouwen. Economisch sterke groepen en ook de overheid zien vooral de economische waarde van de natuurlijke rijkdom en land.