De uitdagingen voor voedsel

Boeren, herders en vissers zitten wereldwijd gevangen in een systeem van vrijhandel. Dat systeem laat geen ruimte voor inspraak. De voedselzekerheid van miljoenen mensen wordt bedreigd door een oneerlijk grondbeleid. Ook de beperkte toegang tot productiemiddelen, de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen, de klimaatverandering en conflicten hebben een negatief effect.

Voedselprijzen: kleine stijging = groot effect

Wanneer je bijna 80 % van je inkomen moet besteden aan voedsel -wat het geval is voor het merendeel van de armste families in de wereld- dan heeft zelfs de kleinste stijging van de voedselprijzen een enorm effect. Vandaag gaan 805 miljoen mensen (1 op de 9) elke dag slapen met een lege maag.

Basisvoedsel slaat een groot gat in het familiale budget van de allerarmsten, tot 80 % van hun middelen. Omdat het inkomen gebruikt wordt voor voeding, blijft er geen geld meer over voor gezondheidszorg, onderwijs of een spaarpotje.

Waarom stijgen de prijzen van voedsel?

De voedselprijzen stijgen:

  • als gevolg van slechte oogsten;
  • door de stijgende kosten van de olie (die nodig is om voedsel te verbouwen), van meststoffen en van het vervoer;
  • door speculatie met voedsel op de financiële markten;
  • door het beleid voor biobrandstoffen, want voedsel, bestemd voor het bord van de allerarmsten, wordt gebruikt om auto’s te laten rijden;
  • door de klimaatverandering, waardoor boeren minder voedsel kunnen verbouwen en oogsten.

Oneerlijke handel en kleine boeren

Families worden verdreven van hun gronden doordat ze verkocht worden aan rijke, commerciële investeerders. Dit fenomeen, landroof, duwt de boeren dieper in de armoede en veroorzaakt meer honger.

Bij de vrijmaking van markten wordt ook nauwelijks rekening gehouden met de manier waarop voedsel geproduceerd wordt. De markt sanctioneert geen negatieve gevolgen voor sociale en economische duurzaamheid, terwijl positieve bijdragen niet naar waarde geschat worden. Het huidige commerciële beleid is nauwelijks afgestemd op voedselzekerheid, armoedebestrijding en het duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen en klimaat.

Voedselproducenten hebben zelf honger

Drie kwart van de mensen met honger leeft op het platteland, en de meesten van hen werken zelf als voedselproducent. Dat is onaanvaardbaar. De producenten glijden af in een neerwaartse spiraal van armoede. Ofwel zijn de prijzen te hoog om zelf voedsel te kunnen kopen, ofwel zijn de prijzen zeer laag, waardoor hun inkomen niet kan toenemen.

Ze hebben geen toegang tot krediet, tot aangepaste technologie of tot de noodzakelijke infrastructuur. Ze beschikken zelden over dezelfde onderhandelingsmacht als de tussenpersonen waarmee ze handelen en ontvangen bijgevolg geen waardige prijs voor hun producten.

Vrouwen verdienen minder

In ontwikkelingslanden zijn 43 % van de landbouwers vrouwen. Toch bestaat er een gigantische ongelijkheid in deze sector. Voor gelijkaardig werk worden ze nog steeds een pak minder betaald. Op het platteland van Ghana verdienen mannen bijvoorbeeld 58 % meer dan vrouwen. Vrouwen hebben zelden toegang tot krediet.

Vrouwen bezitten weinig grond

De ongelijke toegang tot grond is een ander groot obstakel. Als gevolg van tradities en discriminerende wetten bezitten vrouwen gemiddeld amper 5 % (Noord-Afrika en Oost-Azië) tot 15 % (Sub-Sahara-Afrika) van de gronden.

Meer productieve landbouw door vrouwen

Er wordt weinig rekening gehouden met de problemen en de discriminatie van vrouwen. Dat is nochtans van vitaal belang. Want als vrouwen dezelfde productiemiddelen zouden krijgen als mannen, dan zou de landbouwproductiviteit met 20 tot 30 % kunnen toenemen. Dat zou meteen ook een verhoging inhouden van 2,5 tot 4 % van de totale landbouwproductie in de ontwikkelingslanden.