De uitdagingen in Westelijke Sahara

Spanje heeft zich in 1975 teruggetrokken uit haar toenmalige kolonie in de Westelijke Sahara. Bij haar vertrek liet Madrid de controle over het gebied over aan Marokko en Mauritanië. Het werd het begin van een lang, vergeten conflict.

De verdeling van de Westelijke Sahara over Marokko en Mauritanië was de start van een gewapend conflict met de bevrijdingsbeweging Frente Polisario. Het Frente Polisario werd in 1973 opgericht door de oorspronkelijke Sahara-bewoners, de Sahrawi, die zich verzetten tegen de Spaanse kolonisering. Het gewapende conflict lag aan de basis van een vluchtelingencrisis, die tot op vandaag duurt en weinig bekend is in de wereld.

De Sahrawi zaten tussen twee vuren en vluchtten weg uit de Westelijke Sahara. Ze vestigden zich in vluchtelingenkampen in het zuidwesten van Algerije, in de buurt van de stad Tindouf.

Mauritanië trok zich in 1979 terug uit de Westelijke Sahara. In 1991 kwamen Marokko en het Frente Polisario eindelijk tot een akkoord over een staakt-het-vuren en aanvaardden de twee partijen tussenkomst van de Verenigde Naties.

“Niet-autonoom gebied dat een dekolonisatieproces doormaakt”

Vandaag is het dekolonisatieproces nog altijd niet afgerond. Volgens de Verenigde Naties blijft de Westelijke Sahara een “Niet-autonoom gebied dat een dekolonisatieproces doormaakt”. De VN blijven hameren op een compromis tussen Marokko en het Frente Polisario dat in lijn ligt met het internationaal recht. Het compromis moet de manier vastleggen waarop de Sahrawi hun recht op zelfbeschikking kunnen uitoefenen.

Het staakt-het-vuren uit 1991 wordt wel gerespecteerd, maar voor het conflict zelf is geen uitweg in zicht. De Sahrawi die gevlucht zijn naar de Algerijnse woestijn leven daar nog steeds, samen met hun kinderen en kleinkinderen. Ze hebben zich georganiseerd in vijf kampen, genoemd naar een stad in de Westelijke Sahara, waar ze vandaan komen: Laâyoune, Aousserd, Smara, Boujdour et Dakhla.

Onherbergzame woestijn

Traditioneel gezien zijn de Sahrawi een rondtrekkend volk. Maar na het gewapende conflict waren de Sahrawi-vluchtelingen gedwongen om zich te vestigen in de droge omgeving van de woestijn. Er zijn zo goed als geen mogelijkheden om in hun eigen voedsel en bestaansmiddelen te voorzien.

Het klimaat in deze regio is extreem ruw. De hitte loopt op tot 55 graden Celsius in juli en augustus. In dit deel van de Sahara is de droogte permanent en zijn er zandstormen en – heel uitzonderlijk, maar daarom niet minder verwoestend – stortregenbuien.

De mensen die hier wonen, beschikken maar heel beperkt over basisvoorzieningen als voedsel, water, gezondheidszorg, onderdak en onderwijs. Omdat de vluchtelingenkampen afgelegen liggen, is er bijna geen werk te vinden. Daarom zijn de vluchtelingen sterk afhankelijk van internationale hulp en financiering.

Aanslepende crisis

De crisis in de Westelijke Sahara is op 40 jaar tijd veranderd. Waar er in het begin sprake was van een noodsituatie, heerst er nu een aanslepende crisis.

Gevolgen voor voedsel

Het Wereldvoedselprogramma verdeelt sinds 1986 elke maand bijna exact hetzelfde pakket met droge voeding onder Sahrawi-vluchtelingen. Al jarenlang is ontbreekt het de Sahrawi-bevolking aan diverse en evenwichtige voeding. Dat heeft nefaste gevolgen voor de mensen.

Volgens onderzoek van het Wereldvoedselprogramma lijdt 7,6% van de kinderen jonger dan 5 jaar en van de vrouwen tussen 15 en 49 jaar aan acute ondervoeding. Gezondheidsproblemen als een hoge bloeddruk en diabetes komen erg vaak voor.

Het aantal mensen dat lijdt aan bloedarmoede en groeiproblemen – al jaren de meest voorkomende gezondheidsproblemen in de kampen – stijgt verontrustend snel.

Metalen tanks vervuilen het water

In de vluchtelingenkampen is er geen leidingwatersysteem. Daarom wordt het water bewaard in voorraadtanks, en 80% van die tanks is gemaakt van metaal. Volgens het Wereldvoedselprogramma en het VN-Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) maken 4 metalen tanks op de 10 het water onbruikbaar voor consumptie.

Diezelfde gegevens tonen schatten dat 62% van de mensen in de kampen water met een hoog besmettingsrisico op ziekten drinkt. Dat komt omdat de watertanks in slechte staat zijn.

Jongeren willen hun toekomst in handen nemen

Want omdat het conflict aansleept, veranderen de behoeften van de bevolking. De Sahrawi-jongeren verdienen bijvoorbeeld bijzondere aandacht, want ze staan te springen om zelf hun toekomst in handen te nemen.

Humanitaire organisaties hebben sowieso al moeite om de nodige financiële steun te krijgen voor de Westelijke Sahara. Voor humanitaire hulp (die direct ten goede komt aan de bevolking), maar in het bijzonder voor projecten voor ontwikkeling op langere termijn. Als geldschieters en humanitaire organisaties investeren in ontwikkeling, komt dat tegemoet aan de nieuwe behoeften van de Sahrawi.

Een duurzame oplossing vinden

Een gezamenlijke humanitaire maakt nog geen einde aan het feit dat de Sahrawi nu afhankelijk zijn van voedselpakketten en medische hulp. Die afhankelijkheid kunnen we alleen stoppen met een duurzame oplossing voor het conflict, die gebaseerd is op de internationale rechtspraak.