Fahda Bachir Mohamed, 27 jaar oud

Fahda Bachir Mohamed, 27 jaar oudFahda is geboren in het vluchtelingenkamp van Laâyoune. Ze is 27 en heeft 4 zussen en 2 broers. Ze heeft een diploma Politieke Wetenschappen op zak, optie Internationale Betrekkingen. Momenteel werkt Fahda voor een humanitaire organisatie als instructrice in de kampen. Ze sensibiliseert er de mensen voor het belang van gezonde voeding.



“Ik ben hier geboren. Mijn hele leven al ben ik afhankelijk van buitenlandse humanitaire hulp. Ik ben grootgebracht in een conservatief gezin, dat zich inzet voor de zaak van het Sahrawi-volk en voor de vrijheidsstrijd. Ik heb mijn kindertijd doorgebracht als vluchteling, in moeilijke omstandigheden. We hadden weinig middelen. Onze leefomstandigheden waren erg eenvoudig.

In deze onherbergzame woestijn heb je geen fauna en flora. De zomers zijn snikheet en in de winter wordt het bitter koud. En in die omstandigheden moest ik het doen, zonder behoorlijke kleren, schoenen of gezondheidszorg. Speelgoed had ik ook niet. We recupereerden wat we maar konden vinden en we probeerden de spelletjes van de andere kinderen na te spelen. Wanneer het regende en er vormde zich een plas, dan haastte iedereen zich er meteen naartoe. Want we droomden ervan om ooit de zee te zien.

Bottenpopje

Ik heb geen kindertijd gehad als andere kinderen van mijn leeftijd in de wereld. Ik heb er ook niet van kunnen genieten zoals zij. Ik weet nog goed dat mijn moeder er echt alles aan deed om me toch gelukkig te maken. Ik herinner me dat ze ooit een bot had gevonden. Ze had het in een lap stof gewikkeld en er een gezichtje op getekend. Zo had ze een popje voor me gemaakt. Ik weet nog goed dat ik dolgelukkig was. Ik was ook zo trots op mijn nieuwe pop dat ik ze meenam om er samen met mijn vrienden mee te spelen.

En als ik honger had – dat weet ik ook nog goed – zei ze: ‘Je moet nog wat geduld hebben, meisje, ik zal je alles geven wat je maar wilt.’ En dus wachtte ik. Tot ik uiteindelijk in slaap viel en pas de volgende ochtend wakker werd. Ze zei het niet uit kwade wil, of omdat ze me iets wou wijsmaken. Nee, we hadden eenvoudigweg niet de middelen. En dat is nog maar één klein voorbeeld van alles waar we onder geleden hebben, van alles wat de Sahrawi-kinderen nog altijd te verduren krijgen.

Onderwijs op de eerste plaats

Dankzij God en dankzij de inspanningen van humanitaire ngo’s en de Sahrawi-autoriteiten [die de kampen beheren, red.], zijn we er gelukkig toch in geslaagd om veel schooltjes op te richten in de kampen. Onderwijs en cultuur zijn zo belangrijk in het leven van een volk.

Toen we studeerden, wilden we graag naar grote scholen gaan. We hadden graag geweldige dokters gehad als leraar, zodat iedereen in de kampen goed onderwijs zou krijgen. Ik heb het geluk gehad dat ik naar de middelbare school kon in Algerije [dankzij een beurs die wordt gefinancierd door de Algerijnse overheid, red.]. Daarna ben ik naar de universiteit gegaan, waar ik Politieke Wetenschappen heb gestudeerd. Onze zaak heeft mijn specialisatiekeuze beïnvloed. Ik wilde ze beter kunnen verdedigen.

Geen toekomst

Maar of je nu studeert of niet, je hebt sowieso geen perspectief als je terugkeert naar de vluchtelingenkampen. Werk vind je er niet. We kunnen niets aanvangen met al die kennis, want we zijn er niet thuis. Zelfs ik heb geen toekomstperspectieven, ook al heb ik een universitair diploma. Maar toen ik studeerde, heb ik mijn ouders jarenlang niet gezien, en nu wil ik dicht bij hen zijn. Ik wil hun lijden kunnen delen met hen, tot ze kunnen terugkeren naar hun vaderland, de Westelijke Sahara.

Misschien duurt het nog 100 jaar, maar ondanks alles blijven we de hoop koesteren dat we ooit terugkeren naar ons vrije land. Dat we het zelf zullen kunnen beheren, hoeveel jaar we hier ook hebben doorgebracht. En ook al zijn we hier al jarenlang en is deze woestijn een beetje ons tweede vaderland geworden, er is nog altijd dat gevoel dat we hier niet thuis zijn. 40 jaar ballingschap, dat is te lang.

40 zware jaren

We zijn niet zoals de rest van de wereld. We leven niet in steden en hebben die bestaansmiddelen niet. Onze families zijn in tweeën gescheurd [tussen de gebieden onder Marokkaans gezag en de vluchtelingenkampen, red.] en onze leefomstandigheden zijn erg zwaar. 40 zware jaren, 40 jaar van lijden.

Het fotoproject waarvoor ik hier poseer, voor de 40ste verjaardag van de vluchtelingenkampen, vind ik erg belangrijk. Veel mensen hebben namelijk geen idee dat deze crisis bestaat. Op deze manier kunnen ze kennismaken met het lijden van ons volk, hier in de vluchtelingenkampen. Ik hoop dat ze iets zullen hebben aan dit kleine stukje van mijn leven. Het is niet alleen mijn leven, maar dat van alle jonge Sahrawi.”