"Ik wil dat mijn kinderen een beter leven hebben"

In Vietnam verhuizen miljoenen mensen van het platteland naar stedelijk gebied om beter werk te vinden. Lan (32) is één van hen. Ze naait honderden paar schoenen per dag, op 1500 km van huis, maar verdient nauwelijks genoeg om te overleven. 

"Mijn naam is Duong Thi Lan en ik ben 32 jaar oud. Ik ben afkomstig van Thanh Hoa (Noord-Vietnam, red.), maar ik woon op dit moment in de provincie Dong Nai (zie kaart, red.) om te kunnen werken in een textielexportbedrijf." 

In Vietnam verhuizen miljoenen mensen van het platteland naar stedelijk gebied om beter betaald werk te vinden, om te kunnen (over)leven. Ongeveer 35% van de vrouwelijke arbeidsmigranten komt terecht in verwerkings- en productiebedrijven (cijfers GSO International Migration Survey 2015), zoals kledingfabrieken. 

Op 1500 km van huis maakt Lan schoenen voor internationale modemerken. Ze werkt 6 dagen per week minstens 9 uur per dag, en daarmee verdient ze ongeveer 1 dollar of 0,82 cent per uur. 

Vietnam is het 4de grootste exportland voor kleding (cijfers 2015), na China, India en Bangladesh. De kleding wordt vooral geëxporteerd naar de Verenigde Staten (47% van de exportwaarde), Europa (16%) en Oost-Aziatische landen zoals Japan en Zuid-Korea. 

Elke dag werkt Lan aan 1200 paar schoenen. Maar zelfs met haar maandloon kan ze zich niet eens 1 paar van zo'n schoenen veroorloven, voor haar zoon van 12. "Mijn loon is laag, en de omstandigheden waarin ik leef zijn echt moeilijk." 

"Er blijft niets meer over van mijn loon"

"Mijn inkomen is niet genoeg voor mijn gezin. Ik heb 2 kinderen, en mijn man heeft een psychische stoornis. Die is begonnen vlak nadat onze dochter geboren werd, en hij kan daardoor niet werken. Het geld dat ik verdien, is niet genoeg om de kosten te betalen: eten voor de kinderen, de school van mijn zoon, luiers en melk voor mijn dochter... Ik voel me hulpeloos. Wat ik verdien, gaat naar eten, de ziekte van mijn man en soms zijn bezoeken aan het ziekenhuis, of wanneer mijn kinderen ziek zijn... Daarna is er niets meer over van mijn loon." 

"Ik moet mijn kinderen thuis laten, zodat mijn ouders voor hen kunnen zorgen"

"Ik kan de honger verdragen, maar mijn kinderen niet"

Lan krijgt iets meer dan 6 miljoen Vietnamese dong (VND) per maand. Dat is ongeveer 216 euro per maand. "Het grootste deel van mijn loon gaat naar mijn kinderen. Het is nooit genoeg. Ik kan mijn kinderen niet laten verhongeren, of laten voelen dat ze minder hebben dan andere kinderen. Maar ze zíjn anders, omdat we geen geld hebben. Ik kan honger verdragen, maar mijn kinderen niet." 

Met de rest van haar loon betaalt Lan: 

  • de huurprijs voor haar kamer: 400.000 VND (14 euro)
  • water en elektriciteit 200.000 VND (7 euro)
  • de bezoeken van haar man aan het ziekenhuis, die kosten meestal telkens 2 tot 3 miljoen VND. (72 à 108 euro)

Geld voor eten, kleding of een busticket naar huis blijft bijna niet over. "Ik kan het mij niet veroorloven om op een betere plek te wonen. Ik moet zuinig zijn met elektriciteit. Ik doe de lichten altijd uit. Soms moet ik geld lenen, wanneer ik niet genoeg heb voor een maaltijd. Ik eet gewoon rijst met groenten of instant noedels."

Kleding in Vietnam: rijk versus arm

11 van de 50 rijkste mensen ter wereld hebben een link met de mode- en retailindustrie, volgens de jaarlijkse lijst van het Amerikaanse zakenblad Forbes.

De meeste rijkdom is in handen van een paar mensen. En de armste mensen (zoals de textielarbeidsters in Vietnam) betalen daarvoor de prijs. Sommige van de grootste internationale modemerken laten hun kleding maken in landen waar arbeid goedkoop is, zoals in Vietnam.

Wist je ook dat...

  • de 5 grootste kledingbedrijven ter wereld  in 2016 in totaal 5,6 miljard euro uitbetaald hebben aan hun aandeelhouders?
  • 1/3de van dat bedrag genoeg zou zijn om de Vietnamese textielbarbeiders een loon te betalen waar ze deftig van kunnen leven? 

Zo snel mogelijk naar het toilet

Er is veel druk om onze targets te halen en heel hard te werken. Anders begint de manager tegen je te brullen. Onze werkomstandigheden zijn niet comfortabel. We worden hard gepusht, en daarom werken veel mensen door tijdens de lunch. Er zijn geen pauzes. 

Ik voel me onder druk gezet. Het is oneerlijk, want onze targets zijn echt moeilijk te halen. Zonder overuren moet ik 1100 tot 1200 stuks per dag maken. We werken aan de lopende band, en dat is bijzonder vermoeiend. Ik neem niet veel tijd voor een bezoek aan het toilet, niet eens 2 minuten, want anders ligt er een stapel op mij te wachten wanneer ik terugkom. Bovendien krijg je een uitbrander wanneer je naar het toilet gaat, want dan verlies je tijd." 

Dromen van... de reis naar huis

De textielarbeidsters (zoals Lan) sturen vaak bijna een kwart van hun inkomen naar hun gezin, dat op het platteland blijft wonen. De minimumlonen zijn laag, en daarom kunnen velen zich de reis naar huis niet verloorloven. Ze zien hun eigen kinderen maanden of zelfs jaren aan een stuk niet. 

"Ik heb mijn zoon voor het laatst gezien in februari, toen ik een paar maanden thuis was geweest om te bevallen van mijn dochter. Anders kan hij mij alleen komen bezoeken in de zomer, wanneer mijn ouders hem naar Dong Nai brengen. Hijheeft dan geen school en blijft dan 2 maanden bij mij. Maar ik moet werken en kan niet voor hem zorgen hier. 

"Reizen is duur. En het is moeilijk om afscheid te nemen van de kinderen, want ze willen dat ik blijf. Wanneer ik thuis ben, wil ik hen niet achterlaten om terug te gaan werken. Ik mis hen heel erg." 

Het plan: een toekomst voor de kinderen

"Mijn plan is om terug naar huis te gaan in de toekomst en in mijn eigen dorp te werken", vertelt Lan. "Maar daar ligt het loon lager. Ik wil teruggaan zodat ik dicht bij mijn kinderen en mijn ouders kan zijn, en voor hen kan zorgen na een dag op het werk. Ik mis hen, nu ik zo ver weg ben. 

Maar ik heb nog niets, ik kan nu nog niet terug. Ik probeer hier hard te werken. Wat mensen mij ook vragen om te doen, ik zal het doen, zodat ik genoeg kan verdienen voor mijn kinderen." 

11 dagen = een loon van een heel leven

Miljardairs zien hun vermogen exponentieel groeien, maar de armste mensen - vaak vrouwen - werken lange dagen om hun gezin eten te kunnen geven. Een interessante rekenoefening: een ceo in de top 5 van internationale kledingbedrijven zou gemiddeld 11 dagen nodig hebben om evenveel te verdienen als een gewone arbeider in Vietnam in zijn/haar hele leven (berekening: zie Oxfam-rapport Reward Work, Not Wealth). 

"Ik wil de uren gaan werken die beter verdienen, zodat ik mijn kinderen dichter bij mij kan hebben en hen goed onderwijs kan geven. Ik wil dat mijn kinderen dicht bij hun ouders kunnen zijn, zodat ze een beter leven kunnen hebben.

Stop deze ongelijkheid