Mobiele kliniek helpt Palestijnse vrouwen

31/12/2014

In vertrouwen onder vrouwen Oxfam werkt al meer dan 20 jaar samen met partners in de gezondheidszorg in de bezette Palestijnse gebieden. Zorg verlenen aan vrouwen in afgelegen gebieden van de Westelijke Jordaanoever is er een van de grote uitdagingen.

De Israëlische bezetting legt de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever sterke beperkingen op als het om verplaatsingen gaat. De inwoners zijn met een muur en controlepunten van de buitenwereld gescheiden, wegen worden willekeurig gesloten en bepaalde zones worden voor de Israëlische soldaten gereserveerd. Door al deze hindernissen zijn mensen soms uren onderweg om het dichtstbijzijnde gezondheidscentrum te bereiken. En zelfs dan zijn de diensten die het ministerie van Gezondheid van de Palestijnse overheid aanbiedt vaak onvoldoende om aan de noden van de bevolking tegemoet te komen, zowel wat hoeveelheid als kwaliteit betreft.

Op de Westelijke Jordaanoever werkt ons partner HWC samen met Oxfam om vrouwen uit Hebron en Bethlehem toegang te geven tot gezondheidszorg voor moeders en reproductieve zorg.

Verzorging en advies

HWC heeft acht gebieden geïdentificeerd die onvoldoende gedekt worden door het openbaar gezondheidssysteem. Daarom besloten ze een systeem van mobiele klinieken op poten te zetten. Elke week gaan deze klinieken op bezoek bij vrouwen, hun kinderen jonger dan 5 jaar en vrouwen met een handicap. De kliniek bestaat uit een medisch team met een vrouwelijke arts, een opvoedster in de volksgezondheid, een verpleegster en een sociaal assistente.

Het team verplaatst zich elke dag en installeert zich in lokaaltjes die het ter beschikking krijgt om consultaties te doen. Zo gaat de mobiele kliniek elke zondag naar Beit Ula, een dorp in de buurt van Hebron, waar ze een overheidsgebouw gebruikt. Na de consultaties geeft het team altijd infosessies over thema’s die te maken hebben met seksuele gezondheid en voortplanting. In de wachtkamer zitten vooral vrouwen die voor een zwangerschapscontrole komen of die gynaecologische problemen hebben.

Mufefa, 32 jaar, zit in de zesde maand van haar zwangerschap. Ze verwacht haar zevende kind, een jongetje, en vertelt waarom ze gekomen is: “Gisteren ben ik van de trap gevallen en daarna voelde ik de baby niet meer bewegen, dus ik was bang dat hij dood was.” Ze is opgelucht door de geruststellende diagnose van de dokter en maakt van haar bezoek gebruik om naar de infosessie in de zaal ernaast te gaan.

Voor Nadja, een vrouwelijke arts die al 13 jaar voor HWC werkt, gaat het werk verder dan zorgverlening. “Naast de infosessies maken we handig gebruik van de consultaties om vrouwen advies te geven, bijvoorbeeld over gezinsplanning. En vier of vijf keer per maand ontvangen we slachtoffers van huiselijk geweld. Die verwijs ik door naar de sociaal assistente.”

Huiselijk geweld

Volgens het Palestijns Centraal Bureau voor Statistiek was 37 procent van de getrouwde vrouwen op de Westelijke Jordaanoever in 2011 slachtoffer van huiselijk geweld. Het werk van Salam, sociaal assistente in de mobiele kliniek, is van essentieel belang.

“Veel vrouwen zijn hier slachtoffer van huiselijk geweld. Maar ze komen er niet meteen over praten. Het is een probleem dat in de gemeenschap heel gevoelig ligt. Door verzorging te geven, de dialoog aan te gaan en infosessiese organiseren, bouwen wij hier een vertrouwensband op. Daardoor voelen ze zich veilig. En soms durven ze er maanden later over praten.”

De begeleiding van de vrouwen is een heel delicate taak. “Soms zijn ze gewoon op zoek naar een plek waar ze in alle veiligheid en vertrouwen kunnen praten”, zegt Salam. “Meestal willen ze advies over hoe ze zich kunnen aanpassen en hoe ze moeten reageren op een gewelddadige echtgenoot.”

Een scheiding blijft voor hen moeilijk te verteren. Salam herinnert zich een vrouw die elke week door haar man geslagen werd. De families van beiden bleven op een verzoening aandringen. “Ze zeiden tegen haar: ‘Het is jouw man, dus jouw verantwoordelijkheid’. Maar ze hebben er bij hem wel niet op aangedrongen om te stoppen met haar te slaan.”

Wanneer het nodig is, werkt Salam met andere instellingen samen. “Als een vrouw wil scheiden, steunt haar familie haar in de meeste gevallen niet bij haar keuze. Ik verwijs haar daarom door naar instellingen die juridische bescherming bieden. Maar eerst leg ik haar uit wat de gevolgen van een scheiding zijn, zowel voor haar gezin als in de gemeenschap. Ze moet er zeker van zijn dat het dat is wat ze wil.”

Praten over soa’s

In een grote lege zaal net naast de dokterspraktijk van de mobiele kliniek start net een infosessie. 25 vrouwen van alle leeftijden drummen er binnen en gaan rond een klein zwartwitscherm zitten. De verwachtingen en het enthousiasme zijn voelbaar en de gesprekken zijn levendig. Sommige vrouwen zijn met hun kinderengekomen.

De  infosessie wordt gepresenteerd door Iman, een jonge opvoedster in gezondheidspromotie. Ze voelt zich zichtbaar op haar gemak bij haar publiek. Iman pakt met de grootste ernst de meest delicate thema’s aan, zoals seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s). Ze dringt er bij de vrouwen op aan dat ze niet moeten twijfelen om zich laten testen. Iman deinst er niet voor terug om zichzelf als voorbeeld te geven. In het bijzonder wanneer ze de vrouwen uitlegt dat het soms moeilijk is om er zeker van te zijn dat je niet met een soa bent besmet: “Mijn man vertrekt ’s morgens bijvoorbeeld naar zijn werk en hij komt pas ‘s avonds terug thuis. Hoe kan ik zeker zijn van wat hij overdag gedaan heeft als hij ’s avonds thuiskomt? Ik weet uiteindelijk niet wat hij gedaan heeft.”

De discussie laait meteen op en er worden een pak vragen afgevuurd. De ene al moeilijker dan de andere. “Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn man een condoom gebruikt als hij dat niet wil?”

Gezinsplanning

Het debat gaat de hele infosessie verder en er worden andere thema’s, zoals voeding, behandeld. Aan het einde zijn de vrouwen eensgezind: “Het was een uitstekende sessie waar ik veel uit geleerd heb”, verklaart Nibal enthousiast. Als jonge moeder bracht ze haar derde kind mee, een jongetje van vier maanden dat tijdens de sessie heel braaf was.

“In deze sessies wordt uitgelegd hoe gezinsplanning werkt. Dankzij gezinsplanning heb ik vijf jaar kunnen wachten tussen de geboorte van mijn eerste en mijn tweede kind. Toen ik mijn eerste kind kreeg, was ik amper 18 jaar.”

Een paar vrouwen zitten er nog en het team van de kliniek blijft om hen individueel advies te geven. Dankzij dit project, dat gefinancierd wordt door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, volgen 9.600 vrouwen van nu tot op het einde van het jaar deze infosessies.

Partner: