Schapen kweken op de Westelijke Jordaanoever

19/01/2016

De Westelijke Jordaanoever is rijk aan weilanden. Een groen gebied, geschikt voor traditionele veeteelt. Maar dat wordt steeds moeilijker.

 “We zijn op een punt gekomen waarop de (Israëlische, red.) soldaten ons verhinderen om onze schapen te laten grazen op onze eigen gronden,” vertelt Jehad Nawajeh, een herder die in zone C woont Zone C – 60% van de Westelijke Jordaanoever – is onder exclusieve Israëlische controle, die de toegang tot 70% van dat gebied verbiedt voor de Palestijnen.

Checkpoints en verboden zones

In het dagelijkse leven op de Westelijke Jordaanoever is de mobiliteit sterk beperkt. Er zijn barrières, zoals de scheidingsmuur met Israël en 532 Israëlische militaire controleposten. Heel de bevolking heeft eronder te lijden, en zeker de herders. Er is geen sprake van dat ze de weilanden vrij kunnen gebruiken volgens de seizoenen of de aanwezigheid van waterbronnen.

De situatie is het moeilijkst voor de herders die in Zone C leven. Daar ligt 63% van de gronden die geschikt zijn voor landbouw. Zone C – 60% van de Westelijke Jordaanoever – is onder exclusieve Israëlische controle, die de toegang tot 70% van dat gebied verbiedt voor de Palestijnen.

Steeds minder weilanden

Door meerdere droogteperiodes zijn er minder weilanden beschikbaar dan vroeger. De herders zien zich verplicht om voor hun dieren veevoer te kopen. Dat is voor gezinnen de belangrijkste kost geworden.

 “Omdat er niet genoeg gronden beschikbaar zijn, moeten de herders aan intensieve veeteelt doen. Maar daardoor steken ziektes de kop op en verzwakt de veestapel,” stelt Matteo Corsetti vast. Het Palestijnse ministerie van Landbouw biedt wel veterinaire zorgen, maar mag dat niet doen in Zone C.

Kunstmatige inseminatie

Oxfam-partner PLDC biedt de herders veterinaire zorgen voor hun dieren en opleidingen over medicatiegebruik en goed kuddebeheer. Er worden ook programma’s opgezet voor kunstmatige inseminatie.

Want het geboortecijfer bij de dieren is levensbelangrijk voor de herders. 60% van hun inkomen halen de herders uit de verkoop van van lammetjes. Jehad: “Het veevoeder kost veel. Als een ooi een tweeling werpt, dan maken we winst. Krijgt ze maar één lam per dracht, dan komen we net uit de kosten. En krijgt ze een miskraam of sterft ze, dan lijden  we verlies.”

Maar het werk van PLDC werpt vruchten af: “Ik ben tevreden over het programma,” vertelt Jamel, “en in het bijzonder over de vaccinatiecampagne. We hebben een goede lammerenproductie gehad, met bijna geen miskramen.”

Het programma voor kunstmatige inseminatie van PLDC heeft nog een ander voordeel. “Gewoonlijk valt de lammertijd in de lente,” legt de directeur van PLDC, Jaber Jaha, uit, “maar met dit systeem kunnen de herders twee drachten per jaar hebben met hun dieren. Ze krijgen dan betere prijzen voor de lammetjes, omdat ze die kweken in op een moment dat er normaal amper zijn.”

Tweelingen en drielingen

Jouma’a heeft veel geleerd door het project van Oxfam en PLDC: “Voordien gebruikten we traditionele methodes om onze dieren te verzorgen. Nu kennen we nieuwe technieken, zoals kunstmatige inseminatie en verschillende manieren om ziektes te verzorgen. Nu ik al een tijdje samenwerk met PLDC, ben ik ineens een expert geworden in het dorp. Mensen komen bij mij langs om raad te vragen.”

Het project van PLDC is bijzonder succesvol bij de herdersgemeenschap van Susyia: op 25 bevruchte ooien hebben er 17 een tweeling geworpen, 9 ooien kregen een drieling en 1 een vierling.

Maar deze zomer dreigden de Israëlische autoriteiten met de afbraak van de woningen van heel deze gemeenschap. Op dit ogenblik weten we nog altijd niet wat er zal gebeuren. Oxfam doet ook lobbywerk tegen dit afbraakbeleid en de vestiging van Israëlische kolonies, die volgens het internationaal recht illegaal zijn.

 

Dit programma kreeg financiële steun van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

Partner: