Zo reageren we op de nieuwe ebola-uitbraak in Noord-Kivu, Congo

17/08/2018

De Congolese regering heeft op 1 augustus een nieuwe uitbraak van ebola vastgesteld, in de streek van Beni (in de Congolese provincie Noord-Kivu). En dat in een gebied waar al 20 jaar een gewapend conflict aansleept. We doen ter plaatse alles wat we kunnen voor de getroffen mensen, maar hebben daarbij uw hulp nodig.  

Samen met de inwoners en andere hulporganisaties ter plaatse doen we alles wat we kunnen om getroffen mensen de nodige hulp te geven bij deze nieuwe ebola-uitbraak. Daarvoor is dringend meer geld nodig om de juiste maatregelen te kunnen nemen.

Help ons helpen

Dit doen we nu ter plaatse tegen ebola

De Congolese overheid, de Verenigde Naties en in het bijzonder de Wereldgezondheidsorganisatie hebben snel hun hulp verhoogd door de nieuwste ebola-uitbraak in Beni. Ze werken daarbij samen met belangrijke humanitaire organisaties ter plaatse, zoals Artsen Zonder Grenzen en Oxfam.

  • In Beni zijn mobiele test-units voor ebola opgezet
  • er is gestart met vaccinaties
  • er wordt getraceerd hoe het ebola-virus verspreid werd en wordt
  • er is een actieplan ontwikkeld en er wordt gecommuniceerd met lokale leiders

​Maar er is meer hulp nodig om echt efficiënt te kunnen ingrijpen bij deze nieuwe uitbraak van het ebola-virus.

Deze regio in Oost-congo is extra vatbaar voor een snelle verspreiding van ebola.

Het is de eerste keer dat het ebola-virus uitbreekt in een conflictgebied. In Oost-Congo heerst al lang onveiligheid door gewapende conflicten. Van eind 2014 tot eind 2017 werden volgens plaatselijke organisaties meer dan 1.100 mensen vermoord en meer dan 900 mensen ontvoerd.

Door het geweld in Oost-Congo is het bijzonder moeilijk om ervoor te zorgen dat ebola-slachtoffers toegang krijgen tot hulp en dat de inwoners informatie krijgen over de ziekte.

Door de conflicten zijn veel mensen onderweg en op de vlucht. Dat maakt dat het ebola-virus zich makkelijker kan verspreiden, en dat het moeilijker wordt om gevallen van ebola vast te stellen.  

Noord-Kivu is ook een belangrijke, dichtbevolkte Congolese grensprovincie: ze grenst aan buurlanden Rwanda en Oeganda. Veel mensen in deze regio gaan geregeld de grens over, voor handel of om persoonlijke redenen. En dat is een extra risico op verspreiding van het ebola-virus.

De uitdaging: hoe lever je hulp in conflictgebied?

In conflictgebied zoals Oost-Congo is de situatie voor hulporganisaties (zoals Oxfam) onzeker en chaotisch. We raken er moeilijk tot bij de meest kwetsbare gemeenschappen, en we krijgen er moeilijk toegang tot informatie over de evolutie van het ebola-virus.

Bovendien moeten we bijeenkomsten van veel mensen (zoals voedselverdelingen) vermijden, om de verspreiding van ebola te stoppen.

Hulporganisaties moeten ook goed nadenken hoe ze er zeker van zijn dat de noodhulp die ze verdelen onpartijdig is, niet gelinkt aan het conflict. De hulp moet terechtkomen bij de mensen die dat het meest nodig hebben, ongeacht in welk gebied ze zich bevinden en wie dat gebied controleert.

Lessen uit de vorige ebola-uitbraak in Congo

Bij de vorige ebola-uitbraak in Congo (in de Evenaarsprovincie, in mei), schoten ook Oxfam-teams in actie. Daarbij werken we telkens zo sterk mogelijk samen met de lokale gemeenschappen, en we leren ook telkens bij.

De ebola-uitbraak in de Evenaarsprovincie werd op 24 officieel als afgelopen verklaard. Dat gebeurde na een interventie geleid door het Congolese ministerie van Gezondheidszorg die werd beschouwd als succesvol.

Een van de redenen voor dat succes: de Congolese overheid had binnen de 48 uur was het nodige geld (56,8 miljoen dollar) bijeengebracht. Om efficiënt te kunnen reageren, is snel geld nodig.

Mogen we een beroep doen op uw solidariteit?

Doe een gift